Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2020

1.33d - Tabel budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Model:

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art. ... (bedragen x € 1.000)
t-2 t-1 t  t+1 t+2 t+3 t+4
Verplichtingen              
waarvan garantieverplichtingen (indien van toepassing)              
waarvan overige verplichtingen (indien van toepassing)              
               
Uitgaven              
waarvan juridisch verplicht (percentage)     %        
               
Subsidies (regelingen)              
               
Leningen (eventueel)              
               
               
Garanties (eventueel)              
               
               
Bekostiging              
               
               
Inkomensoverdrachten              
               
               
Opdrachten              
               
               
Bijdrage aan agentschappen              
               
               
Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s              
               
               
Bijdrage aan medeoverheden              
               
               
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties              
               
               
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken              
               
               
Bijdrage aan sociale fondsen              
               
               
Storting/onttrekking begrotingsreserve              
               
               
Rente              
               
               
Vermogensverschaffing/-ontrekking              
               
               
Mutaties in rekening-courant en deposito’s              
               
               
Ontvangsten              
               
Open tabel in nieuwe pagina

Inleiding

In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel .... een bedrag van €…….aan subsidieverplichtingen voor het jaar 20.. opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op [of: Van dit bedrag heeft een bedrag van ten hoogste €…….betrekking op] de mogelijke verlening van een subsidie voor……[doel vermelden] aan …….[subsidieontvanger(s) vermelden].

Toelichting

  1. Bij de budgettaire gevolgen van beleid worden per beleidsartikel de verplichtingen, uitgaven, ontvangsten evenals de budgetflexibiliteit in één tabel gepresenteerd.

  2. Per beleidsartikel is sprake van één tabel Budgettaire gevolgen van beleid. Hiermee worden de integrale uitgaven en ontvangsten die samenhangen met één beleidsdoelstelling in één oogopslag zichtbaar.

  3. Bij het opstellen van begroting t (in de zomer van t-1) wordt voor de stand t-2 in de tabel de stand opgenomen van de Slotwet t-2. Voor de stand t-1 wordt in de tabel de meest recente stand opgenomen. Dit is de stand na de Augustusbrief, waarover met de IRF overeenstemming is bereikt. Voor de kolommen t t/m t+4 wordt uitgegaan van de stand (raming) per 1 januari t (dus bijvoorbeeld voor de begroting 2015 wordt uitgegaan van de ramingen per 1 januari 2015 volgens de laatst overeengekomen stand; dit is dus ook de stand na Augustusbrief).

  4. Alle (sub)totalen dienen de som te zijn van onderliggende detail regels. Indien er één of meerdere “waarvan” wordt opgenomen die niet gelijk is aan of optelt tot het (sub)totaal dient er een “waarvan overig” te worden opgenomen.

  5. Op de regel Verplichtingen wordt het verplichtingenbudget voor het jaar t weergegeven. Financiële verplichtingen kunnen garantieverplichtingen en overige verplichtingen zijn.

    Ga
    rantieverplichtingen zijn verplichtingen, waarvan betaling op een later moment afhankelijk is van een bepaalde omstandigheid (een bepaald risico of een bepaalde onzekere gebeurtenis) bij de partij die de garantie ontvangt. Het zijn dus voorwaardelijke financiële verplichtingen. Garantieverplichtingen worden, indien van toepassing, apart opgenomen op de regel "waarvan garantieverplichtingen". Ook hier geldt dat ter bepaling van het percentage dat als juridisch verplicht moet worden beschouwd, uitgegaan moet worden van de peildatum 1 januari van jaar t.

    Garantieverplichtingen kunnen worden onderscheiden in:

    1. garanties niet in het kader van schatkistbankieren/ leenfaciliteit. Dit zijn 'gewone' garanties (waaronder achterborgstellingen) aan externe partijen.

    2. garanties in het kader van schatkistbankieren/ leenfaciliteit. Dit kunnen garanties zijn aan externe partijen (ZBO's/RWT's) of aan interne partijen (agentschappen).
      Dit onderscheid is met name van belang in het kader van het Toetsingskader Risicoregelingen. Het is echter niet verplicht om dit onderscheid in deze regel door te voeren. Indien het voor goed inzicht zinvol wordt geacht kan het onderscheid ook in de toelichting bij de tabel worden gepresenteerd.

     
 

Indien er geen reële meerjarige raming van de programma-uitgaven is te geven, worden de garantieverplichtingen niet in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid verwerkt. In dat geval wordt er in de toelichting bij de tabel expliciet aandacht aan besteed.

Met overige verplichtingen worden alle verplichtingen exclusief de garantieverplichtingen, bedoeld. Het gaat om financiële verplichtingen, d.w.z. de verplichtingen ten opzichte van een wederpartij die op een later moment tot betaling (kasuitgaven) leiden; dit zijn onvoorwaardelijke financiële verplichtingen, die - als de wederpartij zijn verplichtingen is nagekomen – uiteindelijk volledig tot betaling zullen komen.

Juridisch verplichte uitgaven/budgetflexibiliteit

  1. Van de ramingen van de programma-uitgaven wordt vermeld – in percentages – welk deel daarvan juridisch is verplicht (alleen invullen voor het jaar t). Als peildatum voor de omvang van de juridische verplichtingen wordt 1 januari van het begrotingsjaar (t) genomen. Dat betekent dat op het moment van opstellen van de begroting voor jaar t (in de zomer van jaar t-1) er ook al rekening gehouden moet worden met de juridische verplichtingen die nog in de tweede helft van het jaar t-1 zullen worden aangegaan en dus tot een kasbeslag leiden in het begrotingsjaar t. Met andere woorden: alle verplichtingen die in de jaren voorafgaand aan het begrotingsjaar t zijn aangegaan en leiden tot een kasbeslag in het begrotingsjaar t.

  2. Van juridisch verplichte uitgaven is in zijn algemeenheid alleen sprake op grond van verdrag, wet, koninklijk besluit, ministeriële regeling, beschikking, verbintenis of een vastgelegde afspraak tussen dienstonderdelen. Bestuurlijke of beleidsmatig verplichte uitgaven waarvoor nog geen juridische verplichting is aangegaan worden dan ook niet opgeteld bij het percentage juridisch verplichte uitgaven. Het feit dat er een subsidieregeling is die recht geeft op een subsidie betekent niet dat het 100% juridisch verplicht is en dus ook niet automatisch op 100% kan worden gezet in de tabel. De mate waarin dergelijke budgetten in het verleden daadwerkelijk zijn aangevraagd, toegekend en verplicht waren op 1 januari, vormen het beste aanknopingspunt voor het inschatten van dit percentage. 

  3. Het verschil tussen totale programma-uitgaven en juridische verplichte programma-uitgaven geeft de mate aan waarin de programma-uitgaven nog niet juridisch verplicht zijn. Dit vormt een indicatie voor de mate van de budgetflexibiliteit: de ruimte die budgettair-technisch bezien beschikbaar is voor een alternatieve besteding. Deze niet-juridisch verplichte uitgaven worden met hun beoogde bestemming toegelicht in model 1.32c.

  4. In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid worden alleen de juridische verplichtingen opgenomen.

  5. Voor de juridisch verplichte uitgaven wordt, naast een kwantitatief percentage op artikelniveau, ook een kwalitatieve toelichting opgenomen op het niveau van een Financieel Instrument als geheel (bijv. het geheel van de subsidies of het geheel van opdrachten). Daarbij wordt aandacht besteed aan:

 
  • waarom deze uitgaven verplicht zijn (wat is de afspraak met bijvoorbeeld een verwijzing naar de regelgeving);

  • met welke partij(en), instanties is deze juridische verplichting aangegaan;

  • wat is de tijdshorizon van de verplichting (voor welke periode geldt deze verplichting).

    Deze aspecten hoeven niet voor alle individuele juridische verplichtingen te worden opgenomen. Binnen het cluster van instrumenten als totaal kunnen de belangrijkste afspraken met partijen benoemd worden. Met de kwalitatieve toelichting op het totaal van het juridische verplichte percentage moet het grootste gedeelte van de juridische verplichtingen worden afgedekt (80/20-regel of bijvoorbeeld de drie grootste verplichtingen daarbinnen). Bij subsidies kan ook worden verwezen naar de subsidiebijlage. Deze bepaling komt voort uit de toezegging van de minister van Financiën tijdens het Algemeen Overleg over Verantwoord Begroten van 6 maart 2013 (TK, vergaderjaar 2012-2013, 31 865, nr. 50).

 

Financiële Instrumenten

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt onderscheid gemaakt naar de Financiële Instrumenten die de minister tot zijn beschikking heeft. De te onderscheiden Financiële Instrumenten zijn limitatief:

  • Subsidies (regelingen);

  • Leningen;

  • Garanties;

  • Bekostiging;

  • Inkomensoverdrachten;

  • Opdrachten;

  • Bijdrage aan agentschappen;

  • Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s;

  • Bijdrage aan medeoverheden;

  • Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties;

  • Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken;

  • Bijdrage aan sociale fondsen;

  • Storting/onttrekking begrotingsreserve;

  • Personele uitgaven;

  • Materiële uitgaven;

  • Rente;

  • Vermogensverschaffing/-ontrekking;

  • Mutaties in rekening-courant en deposito’s;

  • Institutionele inrichting;

  • Nog te verdelen;

  • Geheim;

  • Fonds.

 

Definities van deze Financiële Instrumenten zijn opgenomen in de begrippenlijst.

Algemene aanwijzingen voor de toelichting in het kader van de (ontwerp)begroting:

  1. Bij het indelen van de uitgaven naar Financieel Instrument wordt aansluiting gezocht bij de rol en verantwoordelijkheid van de minister. Hierdoor wordt de wijze waarop de uitgaven het ministerie verlaten leidend voor de indeling naar Financiële Instrumenten.

  2. Wanneer bij het opstellen van de begroting nog niet duidelijk is of de uitgaven via bijvoorbeeld een opdrachtverstrekking dan wel een subsidieverstrekking zullen lopen, zal toch een duidelijke keuze gemaakt moeten worden. Een te hanteren richtlijn hierbij is om het gehele bedrag te plaatsen onder de categorie waar over het algemeen de meeste uitgaven op drukken, mede gelet op voorgaande jaren.

  3. Voor de instrumenten Bijdrage aan … geldt dat, waar mogelijk, conform het instrument Bijdrage aan agentschappen, de bijdragen los worden gepresenteerd van de uitvoeringskosten van het beleid zelf, bijvoorbeeld een subsidieregeling van het Rijk.

  4. De financiële instrumenten in de tabel “budgettaire gevolgen van beleid” kunnen, indien dit het inzicht vergroot, in samenhang worden gepresenteerd. Hiervoor kan de term artikelonderdeel worden gebruikt. In de toelichting op de instrumenten wordt het artikelonderdeel aangehouden. Deze beleidsmatige onderverdeling wordt verder niet toegelicht met beleidsinformatie en/of indicatoren. De beleidsmatige toelichting gebeurt op het niveau van de algemene doelstelling en op het niveau van de Financiële Instrumenten.

  5. Individuele regelingen van 1 miljoen euro of meer worden apart gepresenteerd onder het Financiële Instrument. Bijvoorbeeld subsidieregelingen van 1 miljoen euro of meer worden apart gepresenteerd onder het kopje subsidies. Van deze ondergrens van 1 miljoen euro mag alleen in overleg met de betreffende IRF-sectie worden afgeweken. De afzonderlijke Financiële Instrumenten die onder deze ondergrens vallen worden geclusterd opgenomen onder het kopje Overige financieel instrument < 1 miljoen euro. Het totaal van de budgettaire tabel wordt daarmee dus sluitend. Let op: de ondergrens van < 1 miljoen euro geldt niet voor subsidies van < 1 miljoen euro waarbij de begrotingswet als wettelijke grondslag voor het betreffende subsidiebedrag gaat gelden op basis van artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. In die gevallen worden de afzonderlijke subsidiebedragen in de toelichting van het betreffende begrotingsartikel en optioneel in de tabel vermeld.

  6. Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (nr. 28, 33000-IV) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caraïbisch Nederland, uitgesplitst per beleidsartikel en per instrument. Voor zover die uitgavenreeksen de € 1 mln. te boven gaan, maken de departementen deze in een aparte regel (instrument) expliciet zichtbaar onder de van toepassing zijnde uitgavencategorie in de desbetreffende tabel budgettaire gevolgen van beleid. Ten behoeve van het op te stellen extracomptabele overzicht in de begroting van het BES-fonds leveren de departementen alle reeksen van uitgaven in Caraïbisch Nederland, ook waar die de ondergrens van € 1 mln. niet halen, aan bij de Postbus Begrotingszaken van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (begrotingszaken@minbzk.nl). Zie tijdschema voor de aanleverdatum. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt het totaaloverzicht van uitgaven in Caraïbisch Nederland op en draagt zorg voor de opname daarvan in de begroting van het BES-fonds.

  7. Met ingang van (ontwerp)begroting 2021 wordt het instrument “Mutaties in rekening-courant en deposito’s” vervangen door “Rekening-courant en deposito”, met daaronder de nadere detaillering van de mutaties daarin. Dit instrument blijft uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door het Ministerie van Financiën, t.w. het agentschap.

 

Specifieke aanwijzingen voor de toelichting in het kader van de (ontwerp-) begroting zijn opgenomen in onderstaande tabel:

Financieel instrument Opmerkingen
Subsidies (regelingen) De definitie voor subsidie is meer juridisch dan financieel van aard. Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht moet in het algemeen voor subsidieverlening een wettelijke grondslag bestaan. Eén van de uitzonderingen hierop vormen subsidies waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. De vermelding in de begrotingswet in jaar t vormt dan conform artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht de wettelijke grondslag voor deze subsidieverlening. In die situatie wordt in het model “Tabel budgettaire gevolgen van beleidof in de toelichting van het desbetreffende artikel de ontvanger en het maximumbedrag vermeld. Het door de Staten-Generaal geautoriseerde bedrag geldt als maximum (artikel 2.3, vierde lid,van de Comptabiliteitswet 2016). Hiermee wordt het budgetrecht van de Staten-Generaal gerespecteerd. (zie ook onder voorschriften, bepaling 5 van de Toelichting bij de beleidsartikelen).
Leningen De uitgaven voor leningen worden eventueel onder de categorie subsidies opgenomen. Vaak hebben die contracten door de ‘zachte” voorwaarden (lagere dan marktrente, kwijtscheldingsclausules, e.d.) die eraan zijn verbonden, het karakter van een subsidie; de vormgeving is dan meestal publiekrechtelijk (subsidiebeschikking). De uitgaven voor leningen worden als apart instrument opgenomen, indien hiermee het inzicht wordt vergroot.
Garanties Hieronder wordt een raming van de kasgevolgen van de garanties opgenomen als daarvan, bijvoorbeeld op basis van ervaringsgegevens, een realistische raming te maken valt. Zie voor een nadere toelichting bij garanties hierboven onder "Toelichting". Indien het de verwachting is dat uitstaande garantieverplichtingen tot betaling zullen komen, wordt het financieel instrument garanties als aparte categorie onder de kasuitgaven opgenomen.
Bekostiging Geen specifieke aanwijzingen
Inkomensoverdrachten Geen specifieke aanwijzingen
Opdrachten Over het algemeen zijn dit de opdrachten voor zover deze niet vallen onder externe inhuur. Externe inhuur is het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de rijksoverheid in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, waarop door de opdrachtgever mede gestuurd wordt (zie Bijlage inhuur externen inhuur). De uitgaven voor externe inhuur worden opgenomen bij de apparaatsuitgaven.
Bijdrage aan agentschappen Programmageld zoals bedragen benodigd voor bijv. subsidieregelingen worden onder ‘subsidie’ gepresenteerd in de tabel budgettaire gevolgen van beleid en niet onder de Bijdragen aan agentschappen. Als de minister de subsidieregeling(en) laat uitvoeren door een andere partij, wordt deze bij de subsidieregeling in de tabel vermeld.
Bijdrage aan ZBO's/RWT's Geen specifieke aanwijzingen
Bijdrage aan medeoverheden Geen specifieke aanwijzingen
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties Geen specifieke aanwijzingen
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken In de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt de naam van het begrotingshoofdstuk vermeld waarop de Bijdrage wordt ontvangen alsmede waarvoor de Bijdrage wordt verstrekt. Bijv. Defensie: Kustwacht.
Bijdrage aan sociale fondsen Geen specifieke aanwijzingen
Storting/onttrekking Begrotingsreserve Geen specifieke aanwijzingen
Rente Geen specifieke aanwijzingen
Mutatie rekening-courant en deposito’s Geen specifieke aanwijzingen
Institutionele inrichting Enkel van toepassing voor de begrotingshoofdstukken I & II.
Nog te verdelen Geen specifieke aanwijzingen
Geheim Geen specifieke aanwijzingen
Fonds Geen specifieke aanwijzingen

Aanvullend op de toelichting op de financiële instrumenten gelden de volgende aanwijzingen:

Bij de beleidsartikelen worden onder het kopje “Extracomptabel” de fiscale regelingen op het betreffende terrein vermeld direct achter de toelichting op de financiële instrumenten. De budgettaire cijfers van fiscale regelingen worden overgenomen uit de bijlage “Fiscale regelingen” bij de Miljoenennota. In juli/augustus stuurt het Ministerie van Financiën (directie Algemene Fiscale Politiek) een budgettair overzicht van fiscale regelingen naar de departementen. De toedeling van fiscale regelingen aan de begrotingsartikelen wordt vermeld in de bijlage ‘Toelichting op de fiscale regelingen’ bij de Miljoenennota. Als de fiscale regeling tegelijkertijd bij verschillende beleidsartikelen als instrument wordt ingezet (op een of verschillende begrotingen) wordt het instrument in de beleidsagenda toegelicht. Hierbij worden ook de budgettaire gegevens gepresenteerd.

De fiscale regelingen worden als volgt vermeld in de begrotingen: Begeleidende tekst bij de tabel Fiscale regelingen: Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en een programmering van evaluaties voor toekomstige jaren wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Extracomptabel: Fiscale regelingen budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)
  t-2 t-1 t
regeling 1      
regeling 2      
regeling ...      
regeling N-1      
regeling N      

Informatieve tekst bij splitsing Bijdragen en uitvoeringskosten

Om de Staten-Generaal een compleet overzicht te geven van bijvoorbeeld alle subsidieregelingen, zonder dat deze wegvallen in de verschillende soorten Bijdragen, is het wenselijk om deze definitie uniform te hanteren voor alle Bijdragen. De subsidies, opdrachten en andere financiële instrumenten waarvan de uitvoering via een agentschap, ZBO /RWT, mede-overheid, (inter-)nationale organisatie of een ander begrotingshoofdstuk loopt, worden inzichtelijk onder het desbetreffende financiële instrument in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid en niet in de Bijdragen.   

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt aangegeven wanneer er sprake is van uitvoering door tussenkomst van een agentschap of Zelfstandig Bestuursorgaan. Het is van belang om hier goed scherp te hebben dat het hier gaat om het beleid van de minister zelf en niet om het beleid van bijvoorbeeld een agentschap of ZBO. De volgende twee vragen helpen hierbij: Is het een instrument van de minister en wie voert het beleid uit?

Voorbeeld werkwijze: de instrumenten zijn leidend. Uitvoeringskosten zijn afgesplitst van Bijdragen.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art. ... (bedragen x € 1.000)
t-2 t-1 t t+1 t+2 t+3 t+4
Verplichtingen
waarvan garantieverplichtingen              
waarvan overige verplichtingen              
Uitgaven              
waarvan juridisch verplicht (percentage)      %        
Subsidies (regelingen)              
- Regeling 1 (uitvoering agentschap x)              
- Regeling 2 (uitvoering agentschap x)              
Bijdrage aan agentschappen              
- Bijdrage aan agentschap x              
Ontvangsten              
Open tabel in nieuwe pagina

Het zal niet altijd mogelijk zijn de uitvoeringskosten in de begroting af te splitsen van de uitgaven voor het financiële instrument. Vooral bij ZBO's/RWT’s bestaat vaak pas met enige vertraging inzicht in de uitvoeringskosten. Dit is afhankelijk van het wettelijk kader dat geldt voor de verschillende ZBO's/RWT’s. Wanneer de uitvoeringskosten niet afzonderlijk kunnen worden weergeven, worden de uitvoeringskosten en de kosten van het financiële instrument gezamenlijk opgenomen bij het meest passende financiële instrument. Bij de toelichting wordt vervolgens aangegeven dat het gaat om de kosten van het instrument, inclusief de uitvoeringskosten.