Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

Wijzigingen 2019

Tijdschema

  1. De data in het tijdschema zijn geactualiseerd voor 2019 (rekening houdend met feestdagen). Dit geldt ook voor de loketopeningen IBOS.

  2. De aanleverdata en belangrijke momenten voor Rijksrekening en Rijkssaldibalans zijn toegevoegd.

  3. Logistieke zaken zijn geactualiseerd (emailadressen, contactpersonen etc.).

  4. De aanlevering open data baten- en lastenstaat agentschappen zijn toegevoegd.

  5. Het tijdschema is in lijn gebracht met de correctiebladprocedure.

  6. De aanlevering apparaatsmutaties bij WenR is verwijderd.

  7. De aanlevering brieven ten behoeve van Motie Harbers zijn toegevoegd.

 

Voorschriften

Overgangsrecht CW

Op de verantwoording 2018 en de suppletoire begrotingen 2018 is het overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat de CW 2001 van toepassing is op de suppletoire begrotingen 2018 en de verantwoording 2018, omdat de begroting 2018 is ingediend vóór de inwerkingtreding van de CW 2016. Hiermee is beoogd om de begrotingsstukken en verantwoordingsstukken qua presentatie en inrichting volgens hetzelfde recht te laten opstellen. Om deze reden wordt in enkele voorschriften en RBV-modellen ten aanzien van de verantwoording naar de CW 2001 verwezen in plaats van de CW 2016.

Gebruikersvriendelijker maken RBV

Er is gecontroleerd op de juistheid van hyperlinks en de uniformiteit van de opmaak. Er is geen grootscheepse actie opgezet om de gebruikersvriendelijkheid van de RBV verder te verbeteren.

Overzichtconstructies

Overzichtsconstructies zijn overzichten waarbij informatie bijeen wordt gebracht van (onderdelen van) beleidsartikelen van verschillende begrotingen met een overeenkomstige doelstelling. Deze overzichten worden opgenomen bij het beleidsartikel met de grootste budgettaire inbreng. Indien een coördinerend bewindspersoon is aangewezen wordt de overzichtsconstructie in principe opgenomen in zijn/haar begroting op het beleidsartikel met de grootste budgettaire inbreng. Toegevoegd is dat hiervan kan worden afgeweken in overleg met Financiën als de coördinerende bewindspersoon niet de grootste budgettaire inbreng levert.

Totalen

Om een cijfermatige check te kunnen doen van totalen, is in een aantal modellen (zoals de tabellen budgettaire gevolgen van beleid) aangegeven dat alle (sub)totalen de som dienen te zijn van onderliggende detailregels. Indien er één of meerdere “waarvan” worden opgenomen welke niet gelijk zijn aan of optellen tot het (sub)totaal dient er een “waarvan overig” te worden opgenomen.

Rijksrekening en Rijkssaldibalans

De Rijkssaldibalans bestaat kort en goed uit de optelsom van enerzijds de saldibalansen per ultimo jaar van ministeries en begrotingsfondsen en anderzijds de saldibalans van de Rijkshoofdboekhouding.

Er is een format opgesteld dat aangeeft waaruit de Rijksrekening bestaat en hoe deze wordt opgebouwd. Intussen zijn de ADR en de AR hierover ondershands geïnformeerd. De definitieve versie van het desbetreffende document zal als informatief document in HAFIR worden opgenomen.

De totstandkoming van Rijkssaldibalans en Rijksrekening bij Financiën is beschreven in interne werkinstructies/procedurebeschrijvingen die nog dit jaar op hoofdlijnen zullen worden samengevat in een draaiboek.

Logistieke aanwijzingen

Naar aanleiding van veel gestelde vragen over de stukkenstroom hebben we de logistieke aanwijzingen verduidelijkt. Dit betreft geen inhoudelijke wijzigingen, we hebben alleen geprobeerd het duidelijker op te schrijven.

Nieuw is dat we ook enkele zinnen hebben toegevoegd over hoe gehandeld moet worden indien het jaarverslag medio maart niet bij het Ministerie van Financiën aangeleverd kan worden omdat bijv. de cijfers nog niet gereed zijn en/of de controle door de Auditdienst Rijk niet is afgerond.

De correctiebladenprocedure (paragraaf 7 van de logistieke aanwijzingen) is daarnaast inhoudelijk gewijzigd naar aanleiding van de vragen van de departementen bij het jaarverslag 2017 en de bespreking in het FMO. Aangegeven is dat de Auditdienst Rijk alleen dient te paraferen voor correcties in het jaarverslag, en niet voor correcties in de Slotwet. Wel kan het zo zijn dat wijzigingen in de Slotwet leiden tot wijzigingen in het jaarverslag.

We hebben ook met de Auditdienst Rijk besproken of alle correcties, dus ook correcties als gevolg van typefouten, wijzigingen in opmaak e.d. aan hen ter accordering moeten worden voorgelegd. De Auditdienst heeft aangegeven dit te willen handhaven, omdat de afspraak “alle correcties worden voor akkoord aan de Auditdienst Rijk voorgelegd” een hele helderde afspraak is en dat andere afspraken leiden tot interpretatieverschillen.

Verder hebben we geprobeerd om duidelijker op te schrijven wat een correctieblad is en hoe het aangeleverd dient te worden bij Financiën.

Begrippenlijst

In de begrippenlijst is waar nodig geactualiseerd, zoals de financiële instrumenten.

Modellen

De belangrijkste wijzigingen in de RBV-modellen staan hieronder vermeld.

Inhoudsopgave begrotingen en jaarverslag (modellen 1.00 en 3.00)

Het onderscheid tussen departementspecifieke informatie (bijv. informatie over premie-gefinancierde uitgaven) en departementspecifieke bijlagen is verduidelijkt. De departementspecifieke informatie dient opgenomen te worden vóór de bijlagen, departementspecifieke bijlagen na de generieke bijlagen.

Begrotingsfonds (modellen 1.22, 2.13, 2.23 en 3.30b)

In de toelichting van de RBV-modellen over begrotingsfondsen zijn de gebruikte symbolen toegelicht. Inhoudelijk hebben deze modellen geen wijzigingen ondergaan.

(geraamde) uitgaven en ontvangsten (model 1.29 en model 3.02)

Het voorgeschreven staafdiagram heeft geen totaalbalk meer, waardoor de overige balkjes met artikelen relatief beter te onderscheiden zijn. De totaaltelling wordt vanaf heden in tekst opgenomen.

Rol en verantwoordelijkheid (model 1.33b)

In model 1.33b is toegevoegd dat als een minister niet verantwoordelijk is voor de uitvoering van het beleid en de uitvoerende rol elders is belegd, op hoofdlijnen wordt aangegeven wie dan wel verantwoordelijk is voor de uitvoering. Deze toevoeging is opgenomen naar aanleiding van een aanbeveling van het Zijlstra Center (VU) in het kader van het project ‘Innovatie in Publieke Verantwoording’.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid (model 1.33d)

In de toelichting is verduidelijkt dat bij ‘verplichtingen’ het budget voor jaar t moet worden weergegeven. Daarnaast is aangegeven dat alle (sub)totalen de som dienen te zijn van onderliggende detailregels. Voor de verplichtingen betekent dat dat ze worden uitgesplitst in garantieverplichtingen en overige verplichtingen.

Toelichting financiële instrumenten (model 1.33e)

Bij de toelichting is toegevoegd dat de cijfermatige verdeling van de Rutte II taakstelling alleen nog indien van toepassing moet worden ingegaan.

Toelichting bij niet-beleidsartikel Algemeen (model 1.34a)

Bij de toelichting is toegevoegd dat dit model ook van toepassing is op artikelen van de begroting van de Koning.

Apparaat kerndepartement (model 1.34b)

Tabel D over de invulling taakstelling Rutte II van het RBV model 1.34b wordt met ingang van de ontwerpbegroting 2019 niet meer in het artikel Apparaat opgenomen tenzij de taakstelling Rutte II nog niet (volledig) is ingevuld of er nadere afspraken gelden. De verantwoordelijkheid ligt dan bij het departement zelf om dit inzichtelijk te maken.

Agentschapsmodellen (modellen 1.35 en 3.33)

Voor de modellen van de agentschappen geldt dat er op verzoek van de departementen veel verduidelijkingen zijn doorgevoerd, bijvoorbeeld dat geen negatief resultaat mag worden geraamd. Verder zijn de wijzigingen overgenomen met betrekking VPB-plicht in de modellen. De begroting en verantwoording van baten-lastenagentschappen zijn gespiegeld.

Ten slotte bleken bij de modellen van doelmatigheidsindicatoren de specificaties naar type (inspectie, ICT of subsidie) agentschap niet meer in lijn met het aantal agentschappen dat binnen deze types valt. Specifieke indicatoren zijn daarom vanaf nu vrij aan de agentschappen, zonder dat zij zich aan een type moeten houden. Wel dient het departement twee specifieke indicatoren op te nemen.

Nota van wijziging (model 1.51 en 4.51)

Bij de wijziging van begrotingen 2018 naar aanleiding van het regeerakkoord is een nieuw model voor nota van wijziging geïntroduceerd. De RBV-modellen 1.51 en 4.51 zijn hierop aangepast.

Bedrijfsvoeringsparagraaf (model 3.24)

Bij de toelichting is toegevoegd dat departementen tenminste iedere vijf jaar een beschrijving opnemen van de departementale checks and balances voor subsidieregelingen. Ook moeten de beleidsmatige ontwikkelingen en algemene ontwikkelingen met betrekking tot het toezicht op het normenkader worden opgenomen.

Saldibalans (model 3.31)

  • In de toelichting op de balansposten is een tekst toegevoegd i.v.m. afrondingsverschillen die kunnen ontstaan door verschillende afrondingssystematieken.

  • In de toelichting op de balansposten is een nadere toelichting gegeven op posten die onder openstaande rechten kunnen vallen, zoals bankbeslagen, cryptomunten en aandelen. Ook wordt ingegaan op het moment waarop deze op de saldibalans moeten worden verantwoord.

  • In de toelichting op de balansposten is aangepast dat openstaande voorschotten in tabelvorm inzicht geven in de ouderdom (‘zoveel mogelijk’ is verwijderd).

  • In de toelichting op de balansposten is toegevoegd dat ook commanditaire vennootschappen onder deelnemingen kunnen worden verantwoord.

  • In de toelichting op de balansposten is in de RBV 2018 abusievelijk vermeld dat onder vorderingen alleen vorderingen op partijen buiten het Rijk mogen worden verantwoord. Deze aanpassing is in de RBV 2019 weer teruggedraaid.

 

Toezichtsrelaties en ZBO’s/RWT’s (model 3.40)

Het model heeft een grote wijziging ondergaan. Met het nieuwe model wordt beoogd de inzichtelijkheid en informatiewaarde te verbeteren. Daartoe worden zbo’s/rwt’s enkel opgenomen bij het departement waaronder het primair valt (eigenaar) en worden bijzonderheden (=uitzonderingsrapportage) meteen onder het betreffende zbo/rwt vermeld. Voorts bevat het model meer financiële informatie zoals begroting en realisatie.

Bijlage afgerond evaluatie- en overig onderzoek (model 3.45)

De passages over toetsbare beleidsplannen zijn verwijderd.

Bijlage externe inhuur (model 3.60)

De bijlage externe inhuur is verduidelijkt met uitbreiding van de entiteiten die onder de categorie inbesteding behoren.

Bijlage Wet Normering Topinkomens (model 3.70)

De bijlage WNT is geactualiseerd.

Incidentele suppletoire begroting (modellen 4.80 – 4.84)

De modellen incidentele begrotingen, die begin van dit jaar zijn toegepast om de middelen van de aanvullende post aan de begrotingen over te boeken, zijn aan de RBV toegevoegd.

Lay-out/consistenties in modellen

In diverse modellen zijn consistenties en lay-out aanpassingen gedaan op verzoek van departementen. Ook wordt de komende weken nog verder gekeken naar consistent gebruik van modellen.