Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

Rol Beleidsinzet Invloed minister Financiële
instrumenten
Sturingswijze
Stimuleren Beoogt bijsturing in een bepaalde gewenste richting (meer/minder/beter). Voor de gewenste uitkomst is duidelijk meer nodig dan alleen bijdrage van de minister. Sprake van het geven van een financiële impuls. Kan sprake zijn van sturing op prestatieafspraken maar ook van een ongebonden financiële bijdrage.
Financieren Instandhouding of faciliteren van stelsel of systeem d.m.v. geld. De minister voert niet zelf uit. De bijdrage van de minister is essentieel voor voortbestaan stelsel of systeem. Financiële instrumenten zijn het meest belangrijk. De nadruk ligt niet op een overeenkomst met jaarlijkse prestatieafspraken waar op wordt afgerekend. Wel eventueel handhaving d.m.v. inspectie en/of toezicht.
Regisseren Instandhouding of faciliteren van stelsel of systeem. De minister is coördinerend. De financiële bijdrage van het ministerie kan aanzienlijk zijn maar dit is niet het belangrijkste instrument. De nadruk ligt op instrumenten anders dan begrotingsgeld zoals wet- en regelgeving, premies en tarieven. Geen overeenkomst met jaarlijkse prestatieafspraken waar op wordt afgerekend. Wel handhaving d.m.v. inspectie en toezicht.  
(doen) Uitvoeren Uitvoering van een overheidstaak. De minister is zelf uitvoerder of opdrachtgever. De inzet van het ministerie is nauwelijks weg te denken binnen het beleidsterrein. Begrotingsgeld wordt besteed aan de uitvoering door het kernministerie zelf (apparaatsuitgaven) of aan de uitvoering door derden (programma-uitgaven). Daarnaast kunnen ook niet-financiële instrumenten worden ingezet. Overeenkomst met jaarlijkse productieafspraken waar op wordt afgerekend in aanvulling op toetsende rol d.m.v. inspectie en toezicht.