Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

3.52 - Begrotingsstaat agentschap

Model:

Wijziging van de begrotingsstaten van het agentschap ..........van het Ministerie van ………….....(..) voor het jaar 20.. (Slotwet)
Omschrijving (1) Vastgestelde
begroting
(2) Mutaties
(+ of -)
1e suppletoire
begroting
(3) Mutaties
(+ of -)
2e suppletoire
begroting
(4)=(1)+(2)=(3)
Totaal geraamd
(5)
Realisatie
(6)=(5)-(4)
wetmutaties
(+ of -)
Baten-lasten agentschap ..........            
             
Totale baten            
Totale lasten            
Saldo van baten en lasten            
             
Totale kapitaal ontvangsten            
Totale kapitaal uitgaven            
             
Verplichtingen-kas agentschap ..........            
             
Totale ontvangsten            
Totale uitgaven            
Totaal verplichtingen            
Saldo van ontvangsten en uitgaven            
Open tabel in nieuwe pagina

Toelichting

  1. In de kop wordt tussen de haken het nummer van de betrokken begroting in Romeinse cijfers ingevuld, conform de nummering in de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften. (zie De inrichting van de rijksbegroting).

  2. De verplichtingen, uitgaven en ontvangsten in de kolom slotwetmutaties1) worden steeds naar boven afgerond (€ 1.000) omdat er bij het naar beneden afronden van de verplichtingen en de uitgaven het risico bestaat dat er te weinig budget wordt geautoriseerd. Dat risico geldt niet voor de ontvangsten. Er mag namelijk meer worden ontvangen dan dat er in totaal in de begroting is geraamd en wordt geautoriseerd. Om één (gelijke) afrondingsmethodiek in de slotwetten te hanteren worden daarom ook de ontvangsten naar boven afgerond.

  3. Kolom 6: (+ of -): + is tekortschietend geraamd.

  4. De termen 'kapitaaluitgaven' en '-ontvangsten' worden als volgt gedefinieerd:

    • kapitaaluitgaven; de som van investeringen, eenmalige uitkeringen aan moederdepartement en aflossingen op leningen;

    • kapitaalontvangsten: de som van desinvesteringen, eenmalige storting door moederdepartement en beroep op de leenfaciliteit.

     
  5. Deze definities bestaan uit verschillende posten die voorkomen in het kasstroomoverzicht (zie model 3.33).

 
  1. 1)

    op basis van artikelen 1.1 en 2.30 van de Comptabiliteitswet 2016 en de Begrippenlijst