Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

3.22f - Beleidsartikel Grote Uitvoerende Dienst

Model:

Opbouw verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van de vastgestelde begroting t, realisatie en het verschil (bedragen x € 1.000)
  t-4 t-3 t-2 t-1 Realisatie t Vastgestelde
begroting t
Verschil t
Verplichtingen              
Waarvan garantieverplichtingen (indien van toepassing)              
Waarvan overige verplichtingen (indien van toepassing)              
Uitgaven              
               
Programmauitgaven              
Financieel instrument A              
Financieel instrument B              
Apparaatsuitgaven              
               
Programmaontvangsten              
Apparaatsontvangsten              

Open tabel in nieuwe pagina

Toelichting

  1. De apparaatsuitgaven van het kerndepartement worden in principe gepresenteerd in één centraal apparaatsartikel. Hier mag alleen gemotiveerd van afgeweken worden indien het kerndepartement een uitvoerende dienst heeft die geen agentschap of ZBO is.

  2. In de toelichting op de financiële instrumenten (enkel met betrekking tot programma) wordt op bondige wijze ingegaan op verschillen (de mutaties) tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar, zie hiervoor model 3.22e, punt 1.

  3. Een beperkt aantal artikelen in de rijksbegroting kent de status van ‘Grote Uitvoerende Dienst’ artikel. Het betreft de volgende artikelen:

    • Ministerie van Veiligheid en Justitie (artikel 32: Rechtsbijstand en rechtspleging, artikel 33: Veiligheid en criminaliteitsbestrijding, artikel 35: Jeugd)

    • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (artikel 2: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst)

    • Ministerie van Financiën (artikel 1: Belastingen)

    • Ministerie van Defensie (alle beleidsartikelen (1 t/m 8)

     
  4. De uitzondering geldt niet voor de te presenteren categorieën van apparaatsuitgaven. Hierbij wordt de onderverdeling gehanteerd zoals deze in de begroting is opgenomen.

  5. Het departement heeft 2 opties om de apparaatsuitgaven van grote uitvoerende diensten (geen BLD of ZBO) diensten te presenteren. Het jaarverslag volgt de keuze voor de begroting (spiegelbeeld).

    1. Optie 1) Een specifiek apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven worden onderverdeeld in die van het kerndepartement en die van uitvoerende diensten die geen agentschap of ZBO zijn. De uitvoerende dienst krijgt een eigen specifiek apparaatsartikel naast het centrale apparaatsartikel.

    2. Optie 2) Apparaatsuitgaven in het beleidsartikel. De uitvoerende dienst krijgt een eigen begrotingsartikel. De apparaatsuitgaven van de uitvoerende dienst worden opgenomen in het beleidsartikel van de uitvoerende dienst. De keuze voor de presentatie wordt (eenmalig) bij het opstellen van de begroting gemaakt.

     
  6. Indien de apparaatsuitgaven worden opgenomen in een eigen beleidsartikel, gelden voor de overige onderdelen van het beleidsartikel de bepalingen zoals opgenomen onder model 3.22 . De totale apparaatsuitgaven van de uitvoerende dienst worden ook opgenomen in het totaaloverzicht Apparaatsuitgaven in de toelichting bij het centrale apparaatsartikel.

  7. Voor de artikelen met geheime uitgaven (AIVD en MIVD) geldt dat geen uitsplitsing van apparaatsuitgaven en programma-uitgaven hoeft te worden gepresenteerd.

  8. Alle (sub)totalen dienen de som te zijn van onderliggende detail regels. Indien er één of meerdere “waarvan” wordt opgenomen welke niet gelijk is met of optelt tot het (sub)totaal dient er een “waarvan overig” te worden opgenomen.