Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

2.15a - Budgettaire gevolgen beleidsartikel Grote Uitvoerende Dienst

Model:

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel X (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
  Ontwerpbegroting t (1) Mutaties via NvW,
ISB, motie en
amendementen (2)
Vastgestelde
begroting t (3)=(1+2)
Mutaties
1e suppletoire
begroting (4)
Stand 1e
suppletoire
begroting (5)=(3+4)
Mutatie
t
+1
Mutatie
t+2
Mutatie
t+3
Mutatie
t+4
Verplichtingen                  
Waarvan garantieverplichtingen (indien van toepassing)                  
Waarvan overige verplichtingen (indien van toepassing)                  
Uitgaven                  
Waarvan juridisch verplicht %       %        
                   
Programmauitgaven                  
- Financieel instrument A                  
- Financieel instrument B                  
Apparaatsuitgaven                  
Personele uitgaven
- waarvan eigen personeel
- waarvan inhuur externen
                 
- waarvan overige personele uitgaven                  
Materiële uitgaven
- waarvan ICT
- waarvan bijdrage SSO’s
                 
- waarvan overige materiële uitgaven                  
Programmaontvangsten                  
Apparaatsontvangsten                  
Open tabel in nieuwe pagina

Toelichting

  1. De budgettaire gevolgen van beleid tabel moet in ieder geval de wijzigingen uit model 2.17 bevatten.

  2. De suppletoire begrotingswetsvoorstellen hebben (conform de motie van Walsem, Kamerstukken II, 26.573, nr. 55) in de artikelsgewijze toelichting eenzelfde structuur als de tabel ’budgettaire gevolgen van beleid’ van de ontwerpbegroting.

  3. Juridisch verplichte uitgaven: van de ramingen van de programma-uitgaven wordt vermeld –in percentages – welk deel daarvan juridisch is verplicht. Als peildatum voor de omvang van de juridische verplichtingen op jaarbasis wordt de sluitingsdatum van IBOS voor de Voorjaarsnota van het begrotingsjaar (t) genomen.

  4. De verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenbedragen worden gegeven voor het lopende begrotingsjaar t.

  5. Alle (sub)totalen dienen de som te zijn van onderliggende detail regels. Indien er één of meerdere “waarvan” wordt opgenomen welke niet gelijk is met of optelt tot het (sub)totaal dient er een “waarvan overig” te worden opgenomen.

  6. Verplichtingen en garantieverplichtingen: in deze tabel wordt het totaal volume van alle uitstaande garanties gerapporteerd. Indien op een beleidsartikel zowel sprake is van “overige” verplichtingen als garantieverplichtingen worden de garantieverplichtingen apart in de tabel Budgettaire gevolgen van beleid gepresenteerd. (NB: overige verplichtingen komen in het algemeen voor 100% tot betaling; garantieverplichtingen komen slechts tot betaling onder vooraf bepaalde voorwaarden).

  7. De te hanteren definities voor apparaatsuitgaven zijn opgenomen in de begrippenlijst (onderdeel Rijksbrede kostensoortentabel).

  8. Voor de artikelen voor de AIVD (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en de MIVD (Defensie) geldt dat geen uitsplitsing van apparaatsuitgaven en programma-uitgaven hoeft te worden gepresenteerd.

  9. Amendementen hebben in beginsel betrekking op het begrotingsjaar. Soms kunnen amendementen een meerjarige werking hebben. Meerjarige begrotingsamendementen met een deugdelijke dekking worden zowel in het betrokken jaar als de jaren daarna in de (suppletoire) begrotingen, slotwetten en in de jaarverslagen meerjarig verwerkt. De verantwoordelijke minister kan hiervan slechts afwijken ingeval van ernstige bezwaren. In dat geval informeert de betrokken minister conform artikel 2.3, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 de Tweede Kamer afzonderlijk hierover. Zwaarwegende redenen kunnen betrekking hebben op het ontbreken van een deugdelijke dekking, het ontbreken van een meerjarige dekking of de technische onuitvoerbaarheid van het amendement. In een dergelijk geval worden de financiële gevolgen van amendementen die een meerjarige werking hebben alleen in de begrotingsstaat van het lopend jaar in de suppletoire begrotingen, slotwetten en in de jaarverslagen verwerkt. Deze procedure geldt ook wanneer een amendement alleen een eenmalige verwerking in de begroting beoogd. Uit de toelichting bij dit model moet blijken of het amendement meerjarig of incidenteel wordt verwerkt. 1).

  10. De budgettaire gevolgen worden in de tabellen cijfermatig gepresenteerd en in aansluiting op de tabel toegelicht. De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht. Daarbij wordt de aard en de oorzaak per mutatie afzonderlijk toegelicht, waarbij zoveel mogelijk met PxQ gegevens wordt onderbouwd. Let op: de ondergrens van < 1 miljoen euro geldt niet voor subsidies die < 1 miljoen euro en waarbij de begrotingswet -als wettelijke grondslag voor het betreffend subsidiebedrag gaat gelden op basis van artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. In die gevallen worden de afzonderlijke subsidiebedragen in de toelichting van het betreffend begrotingsartikel en optioneel in de tabel vermeld.

 
Omvang begrotingsartikel
(stand ontwerpbegroting)
in € miljoen
Beleidsmatige mutaties
(ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties
(ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20
  1. 1)

    N.a.v. amendement Vermue tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Comptabiliteitswet 2016, 34426, nr. 12