Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

2.10 - Begrotingswetsvoorstel

Model:

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van………………………… (...)  voor het jaar 20.. (Eerste suppletoire begroting)

VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van een wijziging van de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van ................. (...), van de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie en van de begrotingsstaat van het begrotingsfonds ............., alle voor het jaar ....;

Zo is het, dat Wij met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De departementale begrotingsstaat voor het jaar 20... wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 2

De begrotingsstaat inzake agentschappen voor het jaar 20.. wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 3

De begrotingsstaat van het begrotingsfonds voor het jaar 20.. wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 4

De vaststelling van de begrotingsstaten geschiedt in duizenden euro’s.

Artikel 5

Hier kan eventueel een specifiek wetsartikel worden opgenomen.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juni... van het onderhavige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van ..., dan treedt zij inwerking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met ……van het onderhavige begrotingsjaar.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden

Gegeven

De Minister van .........

Toelichting

Toelichting op artikel 2

Voor een agentschap kan worden volstaan met één suppletoire begroting, te weten de Slotwet. In geval alleen de Slotwet wordt toegepast, blijft dit artikel in de 1e en 2e suppletoire begroting achterwege.

Toelichting op artikel 3

Opname van artikel 3 in de departementale begrotingswet is facultatief. Indien de oorspronkelijke begroting van het fonds tezamen met de departementale begroting in één begrotingswet is opgenomen, dienen ook de suppletoire begrotingen in één suppletoire begrotingswet te worden opgenomen.

Toelichting op artikel 6

Ingeval aan de wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota een incidentele suppletoire begroting voorafgaat, wordt er voor zorggedragen dat die begroting terugwerkt tot een datum die ligt vóór 1 juni van het desbetreffende begrotingsjaar (dus bijvoorbeeld hier dan "1 april" invullen). Deze datering is noodzakelijk om problemen te voorkomen, die ontstaan indien de parlementaire behandeling van een "latere" suppletoire begroting eerder wordt afgerond dan die van een eerder ingediende suppletoire begroting.

In de tekst wordt tussen de haken het nummer van de betrokken begroting in Romeinse cijfers ingevuld, conform de nummering in de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften. (zie De inrichting van de rijksbegroting).

NB. Voor de niet-departementale begrotingen (waaronder de programmabegrotingen) wordt voor de teksten voortgebouwd op de modellen van de begrotingen (zie modellen onder Begroting).

Toelichting Ondertekening minister

De Minister ondertekent niet het voorstel van wet van de 1e suppletoire begroting. De minister zet alleen zijn handtekening onderaan de artikelsgewijze toelichting (niet de begrotingstoelichting) van de memorie van toelichting, zie toelichting van model 2.14.