Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

1.31 - Leeswijzer begroting

Model:

Voor dit onderdeel is geen standaardmodel voorgeschreven. Wel zijn enkele passages voorgeschreven (zie toelichting).

Toelichting

  1. De leeswijzer volgt de opbouw van de memorie van toelichting van de begroting.

  2. Indien de memorie van toelichting (een) overzichtsconstructie(s) bevat, geeft de leeswijzer aan welke overzichtsconstructie dit is en op welk beleidsartikel de constructie te vinden is.

  3. Eventuele afwijkingen van de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften worden – na instemming van het Ministerie van Financiën – apart in de leeswijzer toegelicht.

  4. Indien er sprake is van significante wijzigingen in de begrotingsindeling ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar dan worden deze in de leeswijzer toegelicht.

  5. In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen (debat ter voorbereiding Europese Raad). Deze motie bepaalt dat in de departementale begrotingen moet worden aangegeven hoe omgegaan wordt met de aanbevelingen van de Raad (voor zover betrekking hebbend op het betreffende vakdepartement). Deze aanbevelingen worden jaarlijks medio juni bekend gemaakt. In de leeswijzer wordt bij het desbetreffende departement de volgende standaardtekst opgenomen: "In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbeveling (pagina....)."

  6. In zowel de begroting als het jaarverslag wordt in de leeswijzer onder het kopje "Groeiparagraaf" kort aangegeven wat de belangrijkste verbeteringen in de begroting zijn ten opzichte van het vorige jaar. In dit onderdeel wordt dus niet vooruit gekeken naar nog te realiseren verbeteringen. Het verdient de voorkeur hierin aan te sluiten bij specifieke toezeggingen die voor het desbetreffende departement aan de Tweede Kamer zijn gedaan. De opname van deze verbeteringen in de leeswijzer komt voort uit een toezegging van de Minister van Financiën tijdens een Algemeen Overleg van 19 februari 2009.

  7. De niet-departementale begrotingen (I, IIA, IIB, IV, IXA, XVII, XVIII) hoeven geen apart centraal apparaatsartikel op te nemen in de begroting. Dit geldt tevens voor de departementale begroting III. In de leeswijzer van deze begrotingen wordt vermeld dat er sprake is van een afwijkend regime voor het centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven van deze begrotingen worden wel inzichtelijk gemaakt in het jaarverslag conform de categorieën van apparaatsuitgaven, zoals vermeld in de Rijksbrede kostensoortentabel.

  8. In de leeswijzer bij de begroting van een fonds wordt aangegeven dat de apparaatsuitgaven/ontvangsten voor de uitvoering van het fonds zijn opgenomen bij het moederdepartement.

  9. In de leeswijzer van eventuele programmabegrotingen wordt vermeld dat voor de uitvoering van het programma gebruik wordt gemaakt van het apparaat van een ander ministerie.