Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2018

Wijzigingen


November

21 november

2017-11-21—Vaststelling RBV 2018

De RBV 2018 is op 21-11-2017 jl. vastgesteld door de Minister van Financiën en op 30-11-2017 gepubliceerd in de Staatscourant.

De RBV 2018 geldt van 1 januari 2018 t/m 31 december 2018 en wordt per 1 januari als startpagina gepubliceerd op de website. Tot die tijd is de RBV 2018 te vinden via http://rbv.minfin.nl/2018

Alle wijzigingen ten opzichte van de RBV 2017 zijn na te lezen onder het tabblad "wijzigingen"

Oktober

24 oktober

2017-10-24—Wijzigingen RBV 2018

Tijdschema

  • De data in het tijdschema zijn geactualiseerd voor 2018 (rekening houdend met feestdagen).

  • Het indienen van de driemaands kasprognose aan het Agentschap is opgeheven.Het indienen van de verzameluitkering bij de begroting is vervallen.

  • De verzameluitkering bestaat wettechnisch nog wel, maar is beleidsmatig opgeheven door het kabinet (Kamerstuk 34000 B, nr. 24).

  • Ook het aanmelden van budgettaire consequenties van departementale maatregelen voor het gemeentefonds en provinciefonds voor de verantwoording is vervallen.

  • Het indienen van de maandelijkse gecorrigeerde saldibalans aan de RHB is gewijzigd in het indienen van een maandelijkse saldibalans. Bijbehorend model 4.54 is geactualiseerd ten behoeve van de doelmatigheid en de verlichting van de administratieve lasten.

  • De ondergrens voor verplichte melding van correctie van € 50.000.000 per mutatie, per (sub)artikelonderdeel is vastgesteld op verzoek van en in overleg met het CBS.De uitvoering van de motie Hachi (nr. 28, 33000-IV) met uitsplitsing van de uitgaven voor Caribisch Nederland per beleidsartikel is verduidelijkt in het tijdschema.

  • N.a.v. amendement Ronnes (Kamerstuk 34426, nr. 24, bij de behandeling van de CW 2016) is de datum van de veegbrief in december aangepast. Daarnaast is verduidelijkt dat de veegbrieven zowel naar de Eerste als de Tweede Kamer moeten worden verstuurd. De tekst is als volgt geworden: Uiterlijk drie dagen voor aanvang van het reces van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer, verzenden van een overzicht van majeure wijzigingen in de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten van het begrotingsjaar, die niet zijn opgenomen in de op grond van artikel 2.26 van de Comptabiliteitswet 2016, in te dienen voorstellen van wet uiterlijk op 1 december.

 

Voorschriften

Verwijzingen naar de artikelen van de CW 2001 zijn vervangen door de bepalingen van de nieuwe CW. Waarnodig zijn de gehanteerde terminologie van de CW 2016 doorgevoerd. Bepalingen van de huidige CW die niet meer in de CW 2016 zijn opgenomen, zijn geschrapt.  

Niet-beleidsartikelen

  • De CW 2016 spreekt niet over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen maar over (bijzondere) begrotingsartikelen. Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen worden in de RBV gehandhaafd in verband met de toepassing in de praktijk.

  • Artikel 6 van de CW 2001 is vervangen door artikel 2.7 in de CW 2016. Om deze reden is in de RBV de naam van het niet-beleidsartikel Nominaal en Onvoorzien gewijzigd in Nog onverdeeld. Ook is de toezegging van de minister van Financiën tijdens het plenaire debat van het wetsvoorstel CW (d.d. 28 september 2016) aan de toelichting toegevoegd: Indien op het artikel Nog onverdeeld sprake is van een nog toe te bedelen bedrag of nog in te vullen bezuiniging wordt in de ontwerpbegroting toegelicht waarom dit bedrag pas bij de eerste suppletoire begroting kan worden toebedeeld. Er moet een bijzondere omstandigheid zijn waarom een bepaald restbezuinigingsbedrag in de ontwerpbegroting nog niet ingevuld kan worden.
    Deze toezegging is ook in de relevante modellen opgenomen (zie bij modellen).

  • De CW 2016 kent geen niet-beleidsartikel Algemeen. In de RBV blijft het niet-beleidsartikel Algemeen echter behouden (voor de departementsbrede programma-uitgaven die niet zinvol aan een beleidsartikel kunnen worden toegevoegd). Dit gelet op de inzichtelijkheid en gebruik in de praktijk. De relevante modellen hiervoor zijn aangepast.

 

Departementale begroting, begrotingsstaat en de opbouw van de memorie van toelichting

  • Deze onderdelen zijn wettechnisch en qua begrippen conform de CW 2016 geactualiseerd, zoals de begrippen niet-financiële begrotingsinformatie, verantwoordingsinformatie en de begrotingsreserve.

 

Toelichting bij de beleidsartikelen

  • Bepaling 5 over de wettelijke grondslag voor de subsidieverlening is als volgt verduidelijkt: Artikel 4.23, eerste lid, van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) eist dat voor het verlenen van een subsidie een wettelijk voorschrift moet zijn waarin is geregeld voor welke activiteiten subsidie wordt verstrekt. Uitzondering op deze hoofdregel vormt een subsidie waarvan de subsidieontvanger en het maximum te verstrekken subsidiebedrag in een begrotingswetsvoorstel is opgenomen (artikel 4.23, eerstel lid, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb). De begrotingswet (over jaar t, vastgesteld door de Staten-Generaal en inwerking getreden) vormt dan de wettelijke grondslag op basis waarvan het budgetrecht van de Staten-Generaal wordt gerespecteerd. Het geautoriseerd bedrag geldt als maximum (artikel 2.3, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

 
  • Deze verduidelijking is ook in de toelichting van model 1.33d (tabel budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit) doorgevoerd.

  • Jaarverslag/Slotwet

  • Hoewel de nieuwe CW voor de slotwet het begrip voorstel van wet inzake slotverschillen hanteert, is overal in de RBV het begrip slotwet behouden. Dit gelet op de bekendheid en het gebruik in de praktijk. Er is steeds een verwijzing naar de definitie van de slotverschillen uit artikel 1.1. van de CW 2016 opgenomen. In dit onderdeel, in de Begrippenlijst en bij de relevante modellen is slotverschil als volgt toegelicht:
    Slotverschil is het verschil op het niveau van een begrotingsartikel tussen de realisatie van de uitgaven en ontvangsten en de vastgestelde uitgaven en ontvangsten in de ontwerpbegrotingen en de suppletoire begrotingen op basis van de artikelen 2.23 en 2.26 van de CW 2016. Aan dit onderdeel is het volgende element toegevoegd: de slotverschillen bevatten beleidsmatige begrotingswijzigingen, die na de 2e suppletoire begroting in december per brief aan de Eerste en de Tweede Kamer zijn voorgelegd.

 

Logistieke aanwijzingen

  • N.a.v. amendement Vermue bij de behandeling van het wetsvoorstel CW 2016 (Kamerstuk 34426, nr. 12) is de passage over de verwerking van de amendementen onder 5.B.3 als volgt aangepast: Amendementen hebben in beginsel betrekking op het begrotingsjaar. Soms kunnen amendementen een meerjarige werking hebben. Meerjarige begrotingsamendementen met een deugdelijke dekking worden zowel in het betrokken jaar als de jaren daarna in de (suppletoire) begrotingen, slotwetten en in de jaarverslagen meerjarig verwerkt. De verantwoordelijke minister kan hiervan slechts afwijken ingeval van ernstige bezwaren. In dat geval informeert de betrokken minister conform artikel 2.3, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 de Tweede Kamer afzonderlijk hierover. Zwaarwegende redenen kunnen betrekking hebben op het ontbreken van een deugdelijke dekking, het ontbreken van een meerjarige dekking of de technische onuitvoerbaarheid van het amendement. In een dergelijk geval worden de financiële gevolgen van amendementen die een meerjarige werking hebben alleen in de begrotingsstaat van het lopend jaar in de suppletoire begrotingen, slotwetten en in de jaarverslagen verwerkt. Uit de toelichting bij de betreffende modellen moet blijken of het amendement meerjarig of incidenteel wordt verwerkt. Deze procedure geldt ook wanneer een amendement alleen een eenmalige verwerking in de begroting beoogd.
    Deze toelichting en de procedure is ook in de modellen 1.41, 2.15, 2.15a, 2.16, 2.25, 2.25a, 4.60 en 4.61 doorgevoerd.

 

Begrippenlijst

De begrippenlijst is waarnodig conform de nieuwe CW geactualiseerd, zoals de slotverschillen, financiële begrotingsinformatie niet-financiële begrotingsinformatie, financiële verantwoordingsinformatie en de niet-financiële verantwoordingsinformatie. Daarnaast zijn de volgende begrippen toegevoegd:

  • Achterborgstelling: Voor achterborgstelling wordt verduidelijkt dat dit gaat om een garantieverplichting die niet direct is afgegeven door de overheid zelf.

  • Financiële informatie: Het begrip financiële informatie is opgenomen in de begrippenlijst.

  • Garantie: In de begrippenlijst wordt voor een garantie verduidelijkt dat het om een uitbetaling leidt tot de private sector waarbij wordt aangesloten op de definitie van het CBS.

  • Juridische verplichting: Voor de juridische verplichting wordt verduidelijkt dat ook garantieverplichtingen onder dezelfde definitie vallen.

  • Niet-financiële informatie: Het begrip financiële mutaties is opgenomen in de begrippenlijst.

  • Planflexibiliteit: Het begrip planflexibiliteit is opgenomen in de begrippenlijst.

  • Technische mutaties: Het begrip technische mutaties is opgenomen in de begrippenlijst

 

Modellen

De belangrijkste wijzigingen in de RBV-modellen staan hieronder vermeld.

1.00 en 3.00 (Inhoudsopgave) gesynchroniseerd met koppenstructuur

Model 1.00 en 3.00 (de inhoudsopgave van respectievelijk de departementale begroting en – jaarverslag) zijn aangepast aan de geactualiseerde koppenstructuur uit de aanleverspecificaties Sdu. Daarmee wordt de koppenstructuur gesynchroniseerd met de aanleverspecificaties.

1.10 - 1.15 (Wetsvoorstellen) aanpassingen n.a.v. CW

In modellen 1.10 tot en met 1.15 is de verwijzing naar artikel 1 van de CW 2001 in de aanhef voor de ontwerpbegrotingen vervangen door: artikel 2.1 van de Comptabiliteitswet 2016 bepaalt welke begrotingen tot de rijksbegroting behoren.

1.29 en 3.02 (Geraamde uitgaven en geraamde ontvangsten van het departement…) Cirkeldiagrammen worden staafdiagrammen

De cirkeldiagrammen die inzicht bieden in de begroting en realisatie op artikelniveau bij de departementale begroting en het – jaarverslag zijn gewijzigd naar staafdiagrammen. Daarmee wordt visueel meer inzicht geboden in de uitgaven en ontvangsten per beleidsartikel die daarmee onderling beter vergelijkbaar worden.

1.33d (Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit) aanpassing n.a.v. CW

De toelichting van dit model onder financiële instrumenten en bepaling 4, is als volgt aangevuld.

Let op: de ondergrens van < 1 miljoen euro geldt niet voor subsidies < 1 miljoen euro en waarbij de begrotingswet -als wettelijke grondslag voor het betreffend subsidiebedrag gaat gelden op basis van artikel 4:23, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. In die gevallen worden de afzonderlijke subsidiebedragen in de toelichting van het betreffend begrotingsartikel vermeld en optioneel in de tabel.

Dit aandachtspunt is ook in de modellen 1.41, 1.43, 2.15, 2.15a, 2.25 en 2.25a opgenomen.

1.33d/ 2.15/ 2.15a/ 2.25/ 2.25a en 3.31/ (Budgettaire gevolgen van beleid) verduidelijking administratie van garantieverplichtingen

Na overleg met meerdere directies FEZ die te maken hebben met garantieverplichtingen is in deze modellen de toelichting verduidelijkt. Vermeld is dat de totale som aan verplichtingen een optelsom is van zowel gewone verplichtingen en de garantieverplichtingen. Dit is voortzetting van staand beleid.

1.34d/ 2.11/ 2.16 en 2.27 Niet-beleidsartikel Nog onverdeeld n.a.v. CW

De naam van het niet-beleidsartikel Nominaal en Onvoorzien is gewijzigd in Nog onverdeeld. Daarnaast is de toelichting conform de nieuwe CW aangepast, verduidelijkt en het volgende als derde bepaling toegevoegd:

Indien op het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld sprake is van een nog toe te bedelen negatief bedrag als gevolg van een nog in te vullen bezuiniging of taakstelling wordt in de ontwerpbegroting toegelicht waarom dit bedrag pas bij de 1e suppletoire begroting kan worden toebedeeld. Er moet een bijzondere omstandigheid zijn waarom dit bedrag in de ontwerpbegroting nog niet ingevuld kan worden. Dit nog toe te bedelen negatieve bedrag wordt in beginsel uiterlijk bij de 1e suppletoire begroting toebedeeld. [Conform toezegging van de Minister van Financiën tijdens het plenaire debat van het wetsvoorstel Comptabiliteitswet 2016 op 28 september 2016].

1.34a/ 2.16/ 2.26 en 3.23a vervallen van verzameluitkering in niet-beleidsartikel Algemeen

De verzameluitkering is komen te vervallen. Bovengenoemde modellen zijn hierop aangepast.

1.35 (Begroting Baten-Lasten Agentschappen) basis voor andere modellen agentschappen

Momenteel lopen de beschrijvingen van de kolommen baten-lasten en lasten-baten onder de verschillende modellen voor agentschappen door elkaar. Door deze wijziging worden de modellen voor het jaarverslag geharmoniseerd. Model 1.35 vormt de basis voor die aanpassing en de andere modellen (1.23 en 2.12).

1.41/ 2.15/ 2.15a/ 2.25/ 2.25a/ 4.60 - 4.62 geactualiseerd n.a.v. CW

De toelichting over de verwerking van de amendementen in deze modellen is conform amendement Vermue over meerjarig amenderen waarnodig aangevuld en verduidelijkt.

1.43 (Bijlage subsidies) actualisatie bijlage subsidies

Model 1.43 is aangepast als gevolg van de laatste IBO naar subsidies. In de kolom ‘Laatste evaluatie (jaartal met hyperlink naar vindplaats)’ en de kolom ‘Volgende evaluatie (jaartal)’ wordt in geval van een subsidie in de zin van artikel 4:23, derde lid, van de Awb onder a of d de markering * ingevoegd. Aan deze markering wordt een hyperlink geplaatst naar de vindplaats van het verslag als bedoeld in artikel 4:23, vierde lid, van de Awb. In geval van een subsidie in de zin van artikel 4:23, derde lid van de Awb onder b of c wordt de markering ** ingevoegd. Daarmee wordt de vindbaarheid van subsidie-evaluaties en consistentie met de Awb verbeterd.

Modellen 1.51 en 4.51voor de nota van wijzigingen  

De procedure voor de nota van wijzigingen in deze modellen zijn geüniformeerd, aangevuld en verduidelijkt wat betreft de vragen: welke minister ondertekent en waar, hoe wordt deze nota toegelicht, wie stuurt deze nota’s naar de Kamers etc.

 2.15/ 2.15a en 3.22e (Budgettaire gevolgen van beleid)

Op verzoek van een departement is verduidelijkt welke mutaties moeten worden toegelicht: Van de beleidsmatige en technische mutatie groter of gelijk aan voorgeschreven staffel op het niveau van de financiële instrument (en eventueel artikelonderdeel) wordt de aard en de oorzaak per mutatie afzonderlijk toegelicht, waarbij zoveel mogelijk met PxQ gegevens wordt onderbouwd.

2.16 (Niet-beleidsartikel Nog onverdeeld) aangepast n.a.v. CW
De toelichting is conform de nieuwe CW aangepast, verduidelijkt en het volgende als derde bepaling toegevoegd:

Indien op het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld in de ontwerpbegroting sprake was van een nog toe te bedelen negatief bedrag als gevolg van een nog in te vullen bezuiniging of taakstelling wordt dit bedrag in beginsel in de 1e suppletoire begroting toebedeeld en voorzien van toegelichting. [Conform toezegging van de Minister van Financiën tijdens het plenaire debat van het wetsvoorstel Comptabiliteitswet 2016 op 28 september 2016].

 

2.27 (Nog onverdeeld loon- en prijsbijstelling)

Model 2.16 (1e suppletoire wet) wordt gelijk getrokken met model 2.27 (2e suppletoire wet), zodat de uitsplitsing van de loonbijstelling en prijsbijstelling in zowel 1e als 2e suppletoire wet duidelijk consequent wordt toegepast. In de toelichting is daarom de volgende tekst toegevoegd:Indien de uitdeling van de loonbijstelling en de prijsbijstelling vanuit de betrokken aanvullende post in de Miljoenennota wordt uitgedeeld, geschiedt dat gewoonlijk bij de Voorjaarsnotabesluitvorming. In dat geval worden die toedelingen in de 1e suppletoire begroting door departementen op het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld verwerkt en worden de mutaties in het overzicht conform bovenstaand model in de begroting zichtbaar gemaakt. De verdeling vanuit deze centrale onderdelen loonbijstelling en prijsbijstelling geschiedt vervolgens of direct bij de 1e of bij de 2e suppletoire begroting (en bij uitzondering in de slotwet).

3.21a (Realisatie beleidsdoorlichting) vervallen focusonderwerp

Omdat het de Tweede Kamer in 2017 voor andere focusonderwerpen heeft gekozen, vervalt het model 3.21a dat in 2017 gold en wordt het oude model van 2016 weer ingevoerd. Belangrijkste gevolg van deze wijziging is dat niet langer wordt voorgeschreven dat geplande en behandelde beleidsdoorlichtingen moeten worden opgenomen in deze tabel.

3.24 (Bedrijfsvoeringparagraaf) geactualiseerd

  1. Nieuwe rapporteringstoleranties: De rapporteringstoleranties zijn gewijzigd. Voor het bepalen van de overschrijdingen van de rapporteringstoleranties worden fouten en onzekerheden bij elkaar opgeteld en gezamenlijk vermeld in het “overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden”.

  2. Teksten geactualiseerd: Ook is de gehele bedrijfsvoeringparagraaf opnieuw onder de loep genomen voor wat betreft de toelichting. De teksten zijn geactualiseerd voor bovenstaande wijziging, maar ook actiever en duidelijker beschreven.

  3. M&O-beleid wordt nader gespecificeerd: De tekst in de M&O-beleid is op verzoek van een departement gewijzigd. Verduidelijkt is dat het niet nodig om elke keer het M&O beleid te beschrijven. Wel moet worden vermeld welke maatregelen een departement genomen heeft ten aanzien van de onderkende M&O risico’s.

 

 

3.31 (Saldibalans) geactualiseerd

  • De toelichting op de vorderingen is zoveel mogelijk verduidelijkt door voorbeelden op te nemen en vergelijkbare posten samen te voegen.

  • Op verzoek van de Auditdienst Rijk is de toelichting op de post schulden van het model 3.31 (saldibalans) aangepast. In de RBV is de tekst “(Nog)niet betaalde (vennootschaps)belasting inzake de lopende en voorgaande verslagjaren dienen als schuld te worden opgenomen.” worden verwijderd. Alleen het Ministerie van Financiën gebruikt deze schuld voor de staatsschuld. In het vervolg wordt de belastingschuld verantwoord als openstaande verplichting na overleg met de ADR.

 

3.45 (Bijlage afgerond evaluatie en overig onderzoek) aanpassing i.v.m. focusonderwerp verantwoording 2017

In de verantwoording over 2017 is ‘toetsbare beleidsplannen’ een van de focusonderwerpen. Daarom is (tijdelijk) model 3.45 aangepast. In de tabel wordt aangegeven bij welke nieuwe beleidsplannen in 2017 op voorhand (ex ante) doelen en financiële consequenties helder waren en op voorhand inzicht bestond in doeltreffendheid en doelmatigheid. In de toelichting wordt dit verduidelijkt met de volgende tekst:

Licht onder de tabel toe op welke wijze binnen het departement wordt omgegaan met het inzichtelijk maken van doelen, financiële consequenties en doelmatigheid van nieuw beleid.

3.54 (Memorie van toelichting) mutaties in slotwet mede n.a.v. behandeling CW

Model 3.54 wordt aangescherpt in verband met de verwerking van de motie Ronnes. Dit wordt separaat met u afgestemd.

 3.60 Bijlage inhuur externen 

Voor het overzicht niet-financiële informatie zijn de volgende mutaties doorgevoerd:

  1. Vereenvoudiging bijlage externe inhuur: De gehele bijlage tekst is herzien. En er is een richtsnoer toegevoegd, zodat de bijlage zo dicht mogelijk aansluit bij de hoofdregel. De lijst met organisaties die niet mee tellen voor externe inhuur heeft een update gekregen en is vereenvoudigd.

  2. Verduidelijking noemer externe inhuur door het opnemen van de volgende tekst: Voor het bepalen van de noemer in de berekening van de norm voor externe inhuur moeten conform het centraal apparaatsartikel de volgende posten worden meegenomen:
    “De uitgaven voor het eigen personeel (de som van de loonkosten en de personele exploitatie, inclusief de wkr-componenten die hier betrekking op hebben) en de uitgaven voor het extern ingehuurde personeel (conform model 3.60) over het afgelopen jaar.

  3. De departementen verantwoorden de uitgaven externe inhuur in het boekjaar op kasbasis en de agentschappen op kostenbasis. Agentschappen melden daarom in de toelichting dat de externe inhuur op basis van kosten wordt verantwoord en niet op basis van kasuitgaven. Voor de post “Externe inhuur” in de batenlasten paragraaf kan vanwege externe inhuur die verantwoord wordt onder de post afschrijvingen de post niet aan sluiten bij de totaal bedragen zoals gepresenteerd in dit model. Deze wijziging is een logisch gevolg van de IMVA-richtlijn (die is afgestemd met de Auditdienst Rijk) dat ontwikkelingskosten van software geactiveerd moeten worden (behalve in bijzondere gevallen).

 

3.70 (WNT) verantwoording geactualiseerd naar 2017 en aangepast aan wet WNT3.

Dit model is aangepast. Het betreft een update naar 2017 en enkele aanpassingen op basis van overleg tussen BZK P&O en ADR.

 4.54 (Gecorrigeerde Saldibalans) wordt maandelijkse saldibalans

De gecorrigeerde saldibalans wordt een maandelijkse saldibalans. Afgelopen periode is er met meerdere partijen (CBS, BBH, RHB en departementen) gesproken over de (on)mogelijkheden van model 4.54. Daaruit is voortgekomen dat de gecorrigeerde saldibalans een saldibalans wordt. Model 4.54 is geactualiseerd ten behoeve van de doelmatigheid en het de verlichting van de administratieve lasten. De ondergrens voor verplichte melding van correctie van € 50.000.000 per mutatie, per (sub)artikelonderdeel is vastgesteld op verzoek van en in overleg met het CBS.

4.55 (Toetsingskader belastinguitgaven) gewijzigd naar fiscale regelingen

Als gevolg van een evaluatie naar belastinguitgaven is de RBV op een aantal onderdelen geactualiseerd. De term belastinguitgaven is vervangen door het bredere begrip ‘fiscale regelingen’. Ook is geëxpliciteerd dat fiscale regelingen die betrekking hebben op een departementaal beleidsartikel extracomptabel worden opgenomen achter de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

4.80 Begrotingswetsvoorstel Incidentele suppletoire begrotingswetsvoorstel (ISB)

Dit model is als volgt aangevuld: Een ISB's wordt opgesteld als er tussen de ontwerpbegrotingswet en de tweede suppletoire begrotingswet een extra suppletoire begrotingswetswijziging nodig is. Bijvoorbeeld door een onverwachte grote beleidswijzigingen die meer geld gaan kosten dan in de begroting voor het beleid is geraamd. Het gaat om beleidswijzigingen die niet kunnen wachten tot de besluitvorming over de reguliere suppletoire wetten. De ISB's worden, net als alle begrotingswetsvoorstellen, voor de uitvoering van deze beleidswijziging door de Minister van Financiën aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer ter autorisatie voorgelegd. In de begeleidende brief worden de redenen en de consequenties van betreffende beleidsaanpassing toegelicht.

Lay-out/consistenties in modellen

In diverse modellen zijn consistenties en lay-out aanpassingen gedaan op verzoek van departementen. Ook wordt de komende weken nog verder gekeken naar consistent gebruik van modellen.