Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2018

Beleidsbrieven

Bepalingen

  1. De beleidsbrief bevat voor het jaar t tot en met t+5;

    1. Specifieke mutaties en herschikkingen conform het model van de begrotingsrapportage dat in de beleidsbrief wordt geïntegreerd;

    2. Mutaties waarvoor een beroep wordt gedaan op het generale beeld;

    3. De wijze waarop de eindejaarsmarge wordt ingezet. In de beleidsbrief wordt een overzicht opgenomen met de totale eindejaarsmarge, gesplitst naar de beleidsartikelen waarop deze wordt ingezet (zie Eindejaarsmarge) en aangegeven wordt om welke reden de middelen op dat artikel worden toegevoegd en waar eventueel sprake is van overlopende verplichtingen.

      Toelichting

      Medio oktober (t-1) wordt door de IRF informatie verstrekt over de omvang van de voor het jaar t geldende maximale positieve eindejaarsmarge.

    4. Voorstellen die (direct of indirect) tot derving van belastinginkomsten leiden;

    5. Het beroep op de leenfaciliteit;

      Toelichting

      De meerjarige leenaanvragen van agentschappen die een baten- lastenstelsel voeren vormen integraal onderdeel van de beleidsbrief. Deze moeten als bijlage bij de beleidsbrief gevoegd worden en als afschrift aan de directeur Begrotingszaken worden gestuurd. Deze aanvraag wordt opgesteld conform de Regeling Agentschappen. In de aanvraag wordt tevens aangegeven tot welke investeringscategorie de investering behoort, alsook de gewenste looptijd van de lening. Voorts wordt elke aanvraag voorzien van een toelichting per geplande investering met betrekking tot nut, noodzaak en doelmatigheid. Zie voor het voorgeschreven format ‘aanvraag leenplafond’. De bedragen worden vermeld in € 1.000 nauwkeurig. Iedere aanvraag moet voorzien zijn van de handtekening van de directeur van de desbetreffende baten- lastenagentschap en de directeur FEZ.

    6. Alle overige mutaties, voor zover deze niet binnen de bovenstaande categorieën vallen en die relevant zijn voor de budgettaire besluitvorming door de ministerraad, zowel voor de Rijksbegroting in enge zin, de Sociale Zekerheid als de Zorg;

    7. Bij invoering van nieuwe Risicoregelingen (garanties, leningen of achterborgstelling), en bij aanpassing of evaluatie van bestaande risicoregelingen, wordt gebruik gemaakt van het toetsingskader Risicoregelingen. Dit toetsingskader wordt in de beleidsbrief opgenomen. In uitzonderingssituaties waarin dergelijke nieuwe regelingen niet kunnen wachten tot het moment beleidsbrief, geldt dat voorstellen in ieder geval langs de ministerraad gaan -vergezeld van het ingevulde toetsingskader en de uitkomsten worden meegestuurd.

      Toelichting

      Nieuwe risicoregelingen (garanties, leningen en achterborgstellingen) en aanpassingen in bestaande regelingen zijn altijd onderdeel van de (integrale) besluitvorming in de ministerraad bij het hoofdbesluitvormingsmoment. Aangezien garantieregelingen onder voorafgaand toezicht vallen van de Minister van Financiën, worden voornemens tot het opzetten van risicoregelingen en wijzigingen van bestaande risicoregelingen in een zeer vroeg stadium aan het Ministerie van Financiën kenbaar gemaakt. In de begroting is model 1.32d opgenomen (overzicht van risicoregelingen; voorheen garantieoverzicht) en in het jaarverslag is model 3.21b opgenomen.

    8. Bij voorstellen voor fiscale maatregelen die extracomptabel vermeld zullen worden op de departementale begrotingen, wordt gebruik gemaakt van het Toetsingskader Belastinguitgaven. Dit toetsingskader wordt in de beleidsbrief opgenomen. In uitzonderingssituaties waarin dergelijke fiscale maatregelen niet kunnen wachten tot het moment beleidsbrief, geldt dat voorstellen in ieder geval langs de ministerraad gaan. Het ingevulde toetsingskader en de uitkomsten worden meegestuurd. Zie voor het Toetsingskader model 4.55.

      Toelichting

      Voor de introductie van nieuwe dan wel intensiveringen van bestaande fiscaleregelingen en de evaluatie van deze regelingen geldt een restrictief toetsingskader. Met behulp van het toetsingskader wordt afgewogen of (de intensivering van) een fiscale maatregel al dan niet de voorkeur heeft.

      De beleidsbrief geeft aan welke zaken betrokken horen te worden bij de besluitvorming in de ministerraad over de uitvoering jaar t en de begrotingsvoorbereiding jaar t+1 (inclusief eventuele doorwerking naar latere jaren). De brief dient alle mutaties te bevatten die met het oog op de besluitvorming in de ministerraad van belang zijn (ook met betrekking tot de SZA en Zorg, inclusief macro-economische mutaties en volumebijstellingen).

      Het departement neemt een overzicht op van de beleidsconclusies uit de jaarverantwoording over jaar t-1 en geeft aan hoe en in welke mate hier uitwerking aan wordt gegeven, zo mogelijk in samenhang met voorstellen ten aanzien van de begrotingsvoorbereiding.

    9. Onderdeel van de beleidsbrief is een bijlage voor Wonen en Rijksdienst. In deze bijlage geven departementen de volgende zaken aan:

      1. In de tabel opgesteld conform model 3.23b voor het departementale jaarverslag wordt het verschil aangegeven tussen:

        1. raming en realisatie van het begrotingsjaar (t)

        2. Realisatie begrotingsjaar (t) en voorgaand jaar (t-1)

         
      2. Significante mutaties worden toegelicht. Mogelijke oorzaken zijn:

        1. Intensivering-Extensivering: Dit betreft toename/afname van de apparaatskosten (inclusief budgetoverheveling) als gevolg van toename/afname van het takenpakket en/of efficiëntieverslechtering/-verbetering. (zie Beslisbomen apparaatstoets)

        2. Technische correcties programma/apparaat: Bij de introductie van Verantwoord Begroten zijn apparaatsuitgaven soms onterecht gekomen onder programma en andersom zodat dit gecorrigeerd dient te worden.

        3. Kasschuif: Het doorschuiven van apparaatsuitgaven van jaar t naar jaar t+1 (en evt t+2 etc.) of omgekeerd.

        4. Loon-Prijsbijstelling: Toename van de uitgaven als gevolg van loon- en prijsstijgingen.

        5. Organisatie aanpassingen: Door aanpassing van de rechtsvorm of juridisch karakter van een organisatie kan leiden tot een andere boekhoudkundige presentatie.

         
      3. Ten behoeve van de voorjaarsbesluitvorming wordt inzicht gegeven in de schuiven tussen programma en apparaat die voor worden gelegd bij Voorjaarsnota. Dit gaat om generale claims, maar ook om schuiven tussen programmabudget en apparaatsbudget.1) Onder apparaatsbudget wordt verstaan:

        1. Personele en materiële uitgaven zoals verantwoord op het centraal apparaatsartikel of (indien van toepassing) het beleidsartikel voor een grote uitvoerende dienst.

        2. Bijdrage agentschappen zoals verantwoord op alle begrotingsartikelen.

        3. Bijdrage ZBO’s/RWT zoals verantwoord op alle begrotingsartikelen (incl. Openbaar Ministerie en Rechterlijke Macht).

         
       
     
 
  1. 1)

    Voor de krijgsmacht is afgesproken dat het Ministerie van Defensie geen toestemming hoeft te vragen voor schuiven tussen apparaat en programma op beleidsartikelen van de krijgsmachtonderdelen. Dit voorschrift geldt derhalve niet voor de krijgsmacht, maar wel voor de apparaatsmiddelen op de niet-beleidsartikelen van het Ministerie van Defensie. Defensie en Wonen en Rijksdienst monitoren de taakstelling op de apparaatsuitgaven op alternatieve wijze