Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2018

4.81 - Memorie van toelichting Incidentele suppletoire begroting (ISB)

Model:

Memorie van toelichting ISB

INHOUDSOPGAVE

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 20.. wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van ……………;

  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

  3. de begrotingsstaat voor het begrotingsfonds ………………

 

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 4

De vaststelling van de begrotingsstaten geschiedt in duizenden euro’s.

Wetsartikel 5

Hier kan eventueel een specifiek wetsartikel worden opgenomen.

Wetsartikel 6

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze wet.


De Minister van ..........

[handtekening]

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Toelichting

A. Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel

Een inhoudsopgave wordt opgenomen als de omvang van de memorie daar aanleiding toe geeft. In dat geval geeft de inhoudsopgave een compleet beeld van de onderdelen van de memorie van toelichting.

Bij een wetsvoorstel tot een begrotingswijziging wordt geen algemene toelichting opgenomen. De beleidsinhoudelijke toelichting bij de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting). In onderdeel B kan ook de reden van de ISB worden toegelicht.

NB. Voor de niet-departementale begrotingen (waaronder de programmabegrotingen) wordt voor de teksten voortgebouwd op de modellen van de begrotingen (zie modellen 1.11 - Wetsvoorstel specifieke begroting (inclusief eventuele programmabegrotingen) , 1.12 - Wetsvoorstel specifieke begroting (Algemene Zaken (IIIA), Kabinet van de Koning (IIIB) en Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (IIIC) , 1.13 - Wetsvoorstel begroting begrotingsfonds en 1.14 - Wetsvoorstel departementale begroting en begroting begrotingsfonds )

Toelichting bij wetsartikelen 1 tot en met 3
De toelichting bij deze wetsartikelen kan kort worden gehouden. Volstaan kan worden met de in het model opgenomen standaardtekst.

Toelichting bij wetsartikel 4
Het (standaard)wetsartikel inzake de euro als waarde-eenheid van de begroting behoeft geen toelichting.

Toelichting bij wetsartikel 5
Als er in een suppletoire begroting een specifiek wetsartikel wordt opgenomen - los van de wetsartikelen die zijn voorgeschreven in de Rijksbegrotingsvoorschriften - wordt dat wetsartikel op deze plaats toegelicht.

Toelichting bij wetsartikel 6
De toelichting bij deze wetsartikelen kan kort worden gehouden. Volstaan kan worden met de in het model opgenomen standaardtekst.

Toelichting ondertekening Minister
De minister ondertekent de memorie van toelichting na onderdeel A, te weten de artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel (en niet na onderdeel B, te weten de begrotingstoelichting).

B. Toelichting bij de begrotingstoelichting

De begrotingstoelichting gaat voor wat betreft de departementale begroting en indien van toepassing de begroting van het begrotingsfonds in op de reden van de ISB en geeft een overzicht van de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten ten opzichte van de vorige begroting (naar het voorbeeld van de modellen 2.11 - Departementale begrotingsstaat ,2.12 - Begrotingsstaat inzake de agentschappen en 2.13 - Begrotingsstaat Begrotingsfonds voor de 1e suppletoire begroting en de modellen 2.21 - Departementale Begrotingsstaat, 2.22 - Begrotingsstaat inzake de agentschappen en 2.23 - Begrotingsstaat Begrotingsfonds voor de 2e suppletoire begroting). De vorige begroting kan de oorspronkelijke begroting zijn of de 1e of 2e suppletoire begroting. Dit hangt van het moment in het jaar waarop de ISB zich voordoet.

Als de ISB na de 1e suppletoire begroting plaatsvindt, is het van belang dat de standen van de oorspronkelijke begroting, de 1e suppletoire begroting en de ISB vanwege de inzichtelijkheid en transparantie in afzonderlijke kolommen worden weergegeven. Dit betekent dat de standen van de 1e suppletoire begroting en de ISB bij voorkeur niet bij elkaar worden opgeteld. Hierdoor zou het namelijk onduidelijk zijn welke standen precies verband houden met de ISB en welke standen tot de 1e suppletoire begroting zijn toe te rekenen.