Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2018

4.80 - Begrotingswetsvoorstel Incidentele suppletoire begrotingswetsvoorstel (ISB)

Model:

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van………………………… (...) voor het jaar 20.. (Incidentele suppletoire begroting)

VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzaak is gebleken van een wijziging van de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van ................. (...), (van de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie en van de begrotingsstaat van het begrotingsfonds .............,)  voor het jaar ....;
Zo is het, dat Wij met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De departementale begrotingsstaat voor het jaar 20... wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 2

De begrotingsstaat inzake agentschappen voor het jaar 20.. wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 3

De begrotingsstaat van het begrotingsfonds voor het jaar 20.. wordt gewijzigd, zoals blijkt uit de desbetreffende bij deze wet behorende staat.

Artikel 4

De vaststelling van de begrotingsstaten geschiedt in duizenden euro’s.

Artikel 5

Deze wet treedt in werking met ingang van ... van het onderhavige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na de datum van ..., dan treedt zij inwerking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van dat Staatsblad en werkt zij terug tot en met ……van het onderhavige begrotingsjaar.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden

Gegeven

De Minister van .........

Toelichting

Algemeen

Een ISB's wordt opgesteld als er tussen de ontwerpbegrotingswet en de tweede suppletoire begrotingswet een extra suppletoire begrotingswetswijziging nodig is. Bijvoorbeeld door een onverwachte grote beleidswijzigingen die meer geld gaan kosten dan in de begroting voor het beleid is geraamd. Het gaat om beleidswijzigingen die niet kunnen wachten tot de besluitvorming over de reguliere suppletoire wetten. De ISB's worden, net als alle begrotingswetsvoorstellen, voor de uitvoering van deze beleidswijziging door de Minister van Financiën aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer ter autorisatie voorgelegd. In de begeleidende brief worden de redenen en de consequenties van betreffende beleidsaanpassing toegelicht.

In de tekst van de kop wordt tussen de haken het nummer van de betrokken begroting in Romeinse cijfers ingevuld, conform de nummering in de Regeling rjksbegrotingsvoorschriften. (zie De inrichting van de rijksbegroting).

NB. Voor de niet-departementale begrotingen (waaronder de programmabegrotingen) wordt voor de teksten voortgebouwd op de modellen van de begrotingen (zie modellen 1.11 - Wetsvoorstel specifieke begroting (inclusief eventuele programmabegrotingen) , 1.12 - Wetsvoorstel specifieke begroting (Algemene Zaken (IIIA), Kabinet van de Koning (IIIB) en Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (IIIC) , 1.13 - Wetsvoorstel begroting begrotingsfonds en 1.14 - Wetsvoorstel departementale begroting en begroting begrotingsfonds ).

Toelichting op artikel 2
Voor een agentschap kan worden volstaan met één suppletoire begroting, te weten de Slotwet. In geval alleen de Slotwet wordt toegepast, blijft dit artikel in de 1e en 2e suppletoire begroting en de ISB achterwege.

Als er geen sprake is van agentschappen vervalt wetsartikel 2. In dat geval wordt in de kop en in wetsartikel 4 “begrotingsstaten” vervangen door “begrotingsstaat” en de wetsartikelen 3 en 4 worden vernummerd.

Toelichting op artikel 3
Opname van artikel 3 in de departementale begrotingswet is facultatief. Indien de oorspronkelijke begroting van het fonds tezamen met de departementale begroting in één begrotingswet is opgenomen (zie 1.14 - Wetsvoorstel departementale begroting en begroting begrotingsfonds ), worden ook de suppletoire begrotingen in één suppletoire begrotingswet opgenomen. In dat geval wordt één ISB opgesteld voor het fonds en de departementale begroting.

Als er geen sprake is van een begrotingsfonds of die is niet met de departementale begroting in één wet opgenomen, vervalt artikel 3. In dat geval in de kop en in wetsartikel 4 “begrotingsstaten” vervangen door “begrotingsstaat” en de wetsartikelen 3 en 4 vernummeren.

Toelichting op artikel 5
Als de ISB vóór de 1e suppletoire begroting (in verband met de Voorjaarsnota) wordt ingediend dan moet in artikel 5 een datum worden ingevuld die vóór 1 juni ligt.

Als de ISB vóór de 2e suppletoire begroting (in verband met de Najaarsnota) wordt ingediend dan moet in artikel 5 een datum worden ingevuld die vóór 1 december ligt.

Het voorgaande is noodzakelijk om mogelijke problemen te voorkomen, die kunnen ontstaan indien de parlementaire behandeling van een "latere" suppletoire begroting (bijvoorbeeld de 2e supp) eerder wordt afgerond dan die van een eerder ingediende suppletoire begroting (bijvoorbeeld de ISB).

Toelichting Ondertekening minister
De Minister ondertekent niet het voorstel van wet van de ISB. De minister zet alleen zijn handtekening ondertekening onderaan de artikelsgewijs toelichting (niet de begrotingstoelichting) van de memorie van toelichting, zie toelichting bij model 4.81 - Memorie van toelichting ISB.