Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2018

1.21 - Begrotingsstaat niet-departementale begroting (inclusief eventuele programmabegrotingen)

Model:

Vastgestelde begrotingsstaat van……..( ) voor het jaar 20.. (Bedragen x € 1.000)
Art. no. Omschrijving Vastgestelde begroting
    Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten
  Totaal      
         
  Beleidsartikelen      
01 Beleidsartikel 01      
02        
03        
04        
05        
06        
  Niet-beleidsartikel      
20 Algemeen      
21 Geheim      
22 Nog onverdeeld      
Open tabel in nieuwe pagina
Vastgestelde begrotingsstaat inzake agentschappen voor het jaar 20.. (Bedragen x € 1.000)
Naam Verplichtingen Uitgaven Ontvangsten Saldo ontvangsten en uitgaven
Verplichtingen- kasagentschap 1        
Verplichtingen- kasagentschap 2        
Verplichtingen- kasagentschap 3        
Totaal        
         
Naam  Baten   Lasten  Saldo baten en lasten  
Baten-lastenagentschap 1    
Baten-lastenagentschap 2    
Baten-lastenagentschap 3    
Totaal    
Open tabel in nieuwe pagina
Vastgesteld begrotingsstaat inzake baten-lastenagentschap voor het jaar 20.. (Bedragen x € 1.000)
Naam                            Totaal kapitaaluitgaven                    Totaal kapitaalontvangsten      
Baten-lastenagentschap 1    
Baten-lastenagentschap 2    
Baten-lastenagentschap 3    
Totaal    
Open tabel in nieuwe pagina

Toelichting

  1. In de kop wordt de naam van de niet-departementale begroting vermeld met tussen de haken het nummer van de betrokken begroting in Romeinse cijfers. Het Romeinse nummer herhalen in de subkop tussen de haken achter “Begrotingsstaat” en de naam van de niet-departementale begroting (zonder Romeins nummer) herhalen in de subkop op de plaats van de puntjes (boven “Bedragen x € 1.000”). De nummering is conform de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften (zie De inrichting van de rijksbegroting).

  2. Van een begrotingsstaat inzake de baten-lastenagentschappen zal geen sprake zijn bij de begrotingen I, IIA, IIB en IV. Het is wel mogelijk in combinatie met een begroting van een programmaminister. In dat geval in de kop “begrotingsstaat” vervangen door “begrotingsstaten”.

  3. De termen 'kapitaaluitgaven' en -'ontvangsten' worden als volgt gedefinieerd: - kapitaaluitgaven betreft de som van investeringen, eenmalige uitkeringen aan moederdepartement en aflossingen op leningen; - kapitaalontvangsten betreft de som van desinvesteringen, eenmalige storting door moederdepartement en beroep op de leenfaciliteit.

  4. Voor deze posten wordt verder verwezen naar de agentschapsparagraaf ( zie model 1.35 en model 1.35a).

  5. De niet-departementale begrotingen (I, IIA, IIB, IV, IXA, XVII, XVIII) hoeven geen apart centraal apparaatsartikel op te nemen in de begroting.

  6. In de leeswijzer van niet-departementale begrotingen wordt vermeld dat er sprake is van een afwijkend regime voor het centraal apparaatsartikel.

  7. De programmabegrotingen maken voor de uitvoering van het programma gebruik van het apparaat van een ander ministerie. Er wordt dan ook geen apart centraal apparaatsartikel in de begroting opgenomen.

  8. In de leeswijzer van de begrotingen van de programmaministers wordt vermeld dat voor de uitvoering van het programma gebruik wordt gemaakt van het apparaat van een ander ministerie.