Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2018

1.00 - Inhoudsopgave departementale begroting (inclusief modelverwijzing)

Vaststelling van de begrotingstaten van het Ministerie van .......................(......) voor het jaar 20..
Memorie van Toelichting model
1.1 Voorstel van wet  zie model 1.10, model 1.11, model 1.12, model 1.14
1.2 Begrotingsstaat  zie model 1.20, model 1.21, model 1.22, model 1.24
  Geraamde uitgaven en geraamde ontvangsten van het departement verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen zie model 1.25
1.3 A. Artikelsgewijze toelichting   zie model 1.30
  B. Begrotingstoelichting zie model 1.30
  1. Leeswijzer zie model 1.31
  2. Beleidsagenda zie model 1.32a , model 1.32b, model 1.32c, model 1.32d en model 1.32e
  3. Beleidsartikelen   zie model 1.33 a tot en met e, model 1.33f
  4. Niet-beleidsartikelen zie model 1.34a, model 1.34b, model 1.34c en model 1.34d
  5.Begroting agentschappen (optioneel) zie model 1.35 en model 1.35a 
  6.Departement specificieke informatie (optioneel)  
  Bijlagen:  
  - Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijk Taak zie model 1.36
  - Bijlage 2:Verdiepingsbijlage zie model 1.41
  - Bijlage 3: Moties en toezeggingen zie model 1.42
  - Bijlage 4: Subsidieoverzicht zie model 1.43
  - Bijlage 5: Evaluatie- en overig onderzoek zie model 1.44
  - Departement specifiek bijlage  
  - Lijst van afkortingen  
  - Trefwoordenlijst  
Open tabel in nieuwe pagina

Toelichting

  1. Het wetslichaam heeft geen inhoudsopgave. De inhoudsopgave zoals deze moet worden opgenomen in de memorie van Toelichting begint pas bij onderdeel 1.3. De nummering begint dus ook bij dit onderdeel. In het model is voor het totaaloverzicht de gehele inhoud van een begroting opgenomen.

  2. In de kop wordt de naam van de begroting met tussen de haken het nummer van de betrokken begroting in Romeinse cijfers vermeld, conform de nummering in de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften (zie De inrichting van de rijksbegroting).

  3. De staafdiagrammen worden direct na de begrotingsstaat weergegeven.

  4. Het wetslichaam en de memorie van toelichting beginnen beide met paginanummer 1.

  5. Voor de begrotingen van de programmaministers geldt dat bij de niet-beleidsartikelen het apparaatsartikel vervalt. En minister zonder portefeuille (of een programmaminister) heeft geen eigen ministerie en beschikt dus niet over eigen personeel.

  6. In geval van de begrotingen van de programmaministers geldt voor de bijlagen dat hierin alleen die onderdelen worden opgenomen die onder de verantwoordelijkheid van de desbetreffende minister valle

  7. Onder departement specifieke informatie worden de volgende bijlagen verstaan: 'Sociale fondsen SZW', 'Koopkracht', 'Horizontale overzichtsconstructie integratiebeleid etnische minderheden' van SZW en 'Financieel Beeld Zorg' van VWS.