Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2015

3.60 - Overzicht niet-financiële informatie over inschakeling van externe adviseurs en tijdelijk personeel (bijlage externe inhuur)

Model:

Ministerie van ... Verslagjaar 20.. (Bedragen x € 1.000)
Programma- en apparaatskosten
1. Interim-management
2. Organisatie- en Formatieadvies
3. Beleidsadvies
4. Communicatieadvisering
Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)
5. Juridisch Advies
6. Advisering opdrachtgevers automatisering
7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie
(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)
8. Uitzendkrachten (formatie & piek)
Ondersteuning bedrijfsvoering
Totaal uitgaven inhuur externen
Open tabel in nieuwe pagina
Inhuur externen buiten mantelcontracten
Inhuur externen buiten mantelcontracten  20..
Aantal overschrijdingen maximumuurtarief  
Toelichting  
Open tabel in nieuwe pagina

Toelichting

De bij dit model voorgeschreven 8 categorieën t.b.v. Externe inhuur zijn limitatief van aard. Het is derhalve niet toegestaan om andere categorieën zoals bijvoorbeeld overige toe te voegen!

Externe inhuur die niet kan worden ondergebracht in één van de eerste zeven categorieën, wordt verantwoord onder de categorie Uitzendkrachten. In de toelichting bij de tabel, of door middel van een voetnoot onder de tabel, worden deze uitgaven toegelicht, als het substantiële bedragen of politiek gevoelige inhuur betreft.

In dit model worden alle uitgaven externe inhuur van het begrotingshoofdstuk verantwoord, van het kerndepartement en van de daaronder ressorterende agentschappen.

Voor de jaarverslagen van de programmaministers geldt dat deze bijlage niet wordt opgenomen. Voor het onderdeel externe inhuur wordt in het jaarverslag van het programmaministerie verwezen naar het ministerie dat verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering.

Dit model bevat een bijlage met de definitie van externe inhuur, uitbesteding, de toelichting van de verschillende categorieën met voorbeelden en een lijst met vragen en antwoorden die door de departementen worden/zijn gesteld.

Sturingsinstrumentarium externe inhuur

Het kabinet heeft besloten een sturingsinstrumentarium voor externe inhuur in te voeren (brief van de minister van BZK van 24 juni 2009, Tweede Kamer, 2008-2009, 31 701, nr.21). De kern hiervan is een norm voor de uitgaven externe inhuur als percentage van de totale personele uitgaven. De norm heeft het karakter van ”comply-or-explain”.

In de brief van de staatssecretaris van BZK aan de Tweede Kamer van 29 juni 2010 (Tweede Kamer, 2009-2010, 31 701, nr. 32) met een nadere reactie op de motie-Roemer heeft zij aangegeven dat een uitgavennorm van 10% geldt.  

De berekening van het percentage externe inhuur geschiedt als volgt:

  • De uitgaven voor het ambtelijke personeel gedefinieerd als ‘Personele uitgaven’ (salarissen, toelagen, woon-werkverkeer, sociale lasten, gratificaties) en de uitgaven voor het extern ingehuurde personeel (conform het model 3.60) over het afgelopen jaar worden bij elkaar opgeteld. Deze som wordt gedefinieerd als het ‘Totaal van de personele uitgaven'. Het aandeel van de uitgaven externe inhuur wordt als percentage van het 'Totaal van de personele uitgaven' genomen.

  • Toelagen voor verblijf in het buitenland (van belang voor de Ministeries van Defensie en van Buitenlandse Zaken) worden niet meegeteld in bovenstaande berekening.

  • De uitvoering van projecten in het kader van het Programma Vernieuwing Rijksdienst leidt tot incidentele externe inhuur die rijksbreed rendeert. Mede met het oog op een transparante verantwoording mag deze inhuur conform besluitvorming van de Ministerraad in 2008 (brief nr. VRD 2008-010: Nadere besluitvorming verdeling investeringsbudget "Programma Vernieuwing Rijksdienst") apart inzichtelijk worden gemaakt in de tabel. Analoog hieraan valt deze inhuur dan buiten de berekening van het voor het sturingsinstrumentarium relevante percentage.

 

In de toelichting onder de tabel in het jaarverslag worden de bedragen uitgaven ambtelijk personeel, uitgaven externe inhuur, het totaalbedrag en het percentage inhuur vermeld. Ministeries die uitkomen boven de norm van 10% leggen in hun jaarverslag uit waarom dit noodzakelijk was.

De departementen verantwoorden de uitgaven externe inhuur in het boekjaar op kasbasis en de agentschappen op kostenbasis. Agentschappen melden daarom in de toelichting dat de externe inhuur op basis van kosten wordt verantwoord en niet op basis van kasuitgaven.

Rapportage overschrijding maximumuurtarief externe inhuur buiten mantelcontracten 

In de tabel "Inhuur externen buiten mantelcontracten" wordt weergegeven in hoeveel gevallen door het ministerie (in Nederland) buiten de mantelcontracten om externe krachten zijn ingehuurd boven het voor de organisaties van het rijk afgesproken maximumuurtarief van € 225 (exclusief BTW). Het gaat hierbij om het aantal personen dat tegen een hoger dan het maximumuurtarief wordt ingehuurd. Of dit onderdeel is van een contract waarbij meerdere personen worden ingehuurd of dat het een contract is waarbij maar één persoon wordt ingehuurd is niet relevant. Wordt een zelfde persoon gedurende het jaar meer dan één keer ingehuurd tegen een hoger dan het maximumuurtarief dan geldt het aantal inhuurcontracten met deze persoon.

Met het hanteren van dit maximumuurtarief wordt beoogd dat deze categorie externen naar verhouding geen hoger inkomen geniet dan de maximum bruto bezoldiging voor leden van de zogeheten Top Management groep (TMG), zoals opgenomen in het wetsvoorstel voor de Wet normering uit publieke middelen bekostigde bezoldiging topfunctionarissen (WNT). Deze norm wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. In de gevallen waarin inhuur tegen een tarief hoger dan het maximumuurtarief toch noodzakelijk wordt geacht, wordt deze afwijking gemotiveerd en wordt de motivatie in het desbetreffende inkoopdossier vastgelegd. Zie ook de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie aan de Tweede Kamer van 5 juli 2010 (Tweede Kamer, 2009-2010, 32 124, nr. 18).

Het gaat hierbij om het aantal personen dat tegen een hoger dan het maximumuurtarief wordt ingehuurd. Of dit onderdeel is van een contract waarbij meerdere personen worden ingehuurd of dat het een contract is waarbij maar één persoon wordt ingehuurd is niet relevant. Wordt een zelfde persoon gedurende het jaar meer dan één keer ingehuurd tegen een hoger dan het maximumuurtarief dan geldt het aantal inhuurcontracten met deze persoon.